Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bericht. Volgens dezen schrijver waren daar van 815 tot 825 met hem vierhonderd leerlingen, die in de buitenschool vier jaren lang grammatica en Latijn leerden, om daarna „als edelknapen de ridderlijke kunsten te leeren” in hun voorvaderlijk slot. Wij zien er andere, die later, alvorens het onderwijs der geometrie hegon, „zich aan de studie der medicijnen en rechtswetenschappen, of aan de schilder- en beeldhouwkunst gingen wijden; de laatsten werden in de volgende lente aan de broeders overgegeven, welke aan een anderen kant van ’t klooster hunne werkplaatsen hadden, en hij wie zij dan twee of drie jaren verbleven; die de artsenijkunde wilden leeren, kregen van nu af hun onderricht van Domnus Richram.” ')

Onze aanstaande geestelijken genoten een tweevoudig onderricht. Een voorbereidend voor de beoefening der theologie en een hierop volgend in genoemde wetenschap zelve. Het voorbereidend was vervat in het, naar de taal dier tijden, aldus genaamde trivium en quadrivium (drie- en viersprong) die te zamen den leerling naar de kennis der zeven vrije kunsten heenleidden. Zij waren, grammatica, dialectica enrhetorica, welke het trivium uitmaakten; musica, arithmetica, geometria en astronomia, waaruit het quadrivium bestond.

Men onderwees die verschillende vakken volgens een leerboek, dat Martianus Felix Capella vervaardigd en in zeven deelen gesplitst had. Het was getiteld : „de nuptiis philosophiae et Mercurii.” Dit geschrift

•) Katholiek, t. a. p. bl. 284, D. 33, bl. 339—356.

2) Glossarium, Du Cange, in v.

2) Namècbe, Cours d’histoire nationale, I, bl. 59 vv.

Sluiten