Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt geklaagd over den grietman Otto Herema, *) die „met eenige soldaten aldaer gewest is end de cleno„diën .... hefft hengehaelt,” en verder in aanmerking nemen, dat gemelde grietman, lid van den beruchten 6ond der edelen, in 1572 onder den Watergeus Jan Bonga had gediend, dan valt licht te vermoeden, hoe de „zuivering” der kerk te Irnsum zich heeft toegedragen.

Ten overvloede liet het Hof van Friesland nog eene verordening uitgaan, waarbij werd gelast, om „alle „die monstrantien, kelcken ende andere golden ende „silveren cleynodien van der kercken .... in uwe „handen te vergaederen ende dieselve .... alhier over „te schicken in banden van de Gedeputeerden . , „gelijck ghij oeck .... aen henluyden sult innehren„gen alsulcke inventarysen, als bij u deur voorgaende „ordonnantie van den kerken- en henefitien-goederen ge„maeckt zijn.” (Gr. Charterboek, IV, hl. 164). Dit stuk was aan de stad Leeuwarden gericht. Op het land echter, bijzonder in Oostergoo, waar de nieuwigheden nog minder welkom waren, werd met het inventariseeren der kerkegoederen weinig haast gemaakt. Daarom werden Otto Swalue en Syholt van Aysma als commissarissen der Staten naar Oostergoo gezonden, om den roof der kerkegoederen hier door te drijven. Den isten Sept. 1580 waren ze te Irnsum. Er moest opgave geschieden vooreerst van de Patroons opcomsten, bedragende 41 goltgl. 8 st., vervolgens van de pastorie opcomsten, tesamen 60 goltgl., eindelijk van de vicarie

>) In 1578 was Hette van Atbada, de wettige grietman, om zijne trouw aan den koning van zijn ambt ontzet; hij stierf later als balling te Steenwijk. Zijn opvolger werd Otto van Herema op Harstrastate onder Rauwerd, een voorstander der Unie van Utrecht.

Sluiten