Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tan Nysten zich nimmer meer aan zulke onderneming gewaagd. *)

Een jaar later werd heer van Till naar elders geroepen. Op 12 Juni 1683 schreef zijne hand hier het laatste voltrokken huwelijk in. De volgende maand toog hij naar Ilillegom en Vogelzang, om er de opvolger te worden van Gerlacus ah Angelis, den 16 Juli van gemeld jaar overleden. Hier vond hem bovengemelde, pro vicaris Oousebant en getuigt van hem: Vir est lahoriosus, modestus et gravis.” (Haarlems Bijdragen, V, 107). Straks keerde hij terug naar de stad zijner geboorte en kwam op 5 Mei van hét jaar 1698 daar te sterven.

Joannes Bruining, geboren te Furstenau oostwaarts van Dingen in het bisdom Osnabrugge, naar de getuigenis van hovengemelden heer provicaris een krachtvol en ijverig man, kwam in den zomer van 1683 als pastoor te Irnsum en boekte op 22 Juli zijn eerste doopsel. De aanvang van zijn geestelijken arbeid was niet ongunstig; want spoedig vinden we bij gelegenheid van doop- of huwelijksaanteekeningen tot viermaal toe door hem gewag gemaakt van bekeeringen; doch koning Lodewijk XIY zou dien gunstigen loop stuiten. Deze vond goed om, in navolging der Vereenigde Provinciën, allerhande plagerijen te bezigen tegen hen, die niet tot de heerschende kerk van Frankrijk behoorden, ’t Ging er toen in laatstgemeld land erger heen, dan op dien tijd in ’t „heilig Israël van Nederland” geschiedde. Dit was onuitstaanbaar voor de streng-Calvinistische predikanten partij, die in Zeeland en Friesland overwegenden invloed bezat. Zij moesten minstens de gelijke, zoo

') Zie verder De Katholieke Gids, 1890 bl. 72.

Sluiten