Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bodewijk den Vromen, mannen zou afgezonden hebben, om den bisschep der Friezen te vermoorden, is hij hem niets anders dan een verzinsel, omdat in heel den strijd tusschen bodewijk en zijne zonen volstrekt van geen bloedschendig huwelijk gerept wordt '). Nadat Foeke Sjoerds *) de reeds genoemde schrijvers Mabillon en Ant. Pagius heeft aangehaald, besluit hij aldus: „Anderen spreken op dezelfde wijze, zoodat men geen staat kan maken op de verhalen, alsof Frederik om zijne vrijmoedige bestraffing, even als Joannes de Dooper den dood zou ondergaan hebben”.

Ook Glasius ’) schaart zich aan hunne zijde. Niet tevreden met Judith vrij te spreken, voegt hij er nog bij, dat de misdaad misschien wel door sommige Zeeuwen, die over zijne handelwijze ten hunnent vertoornd waren, bedreven werd. Deze laatste gissing dat de moordenaars door die van Walcheren zouden gezonden zijn, steunt wel is waar op het gezag van geleerde en vermaarde schrijvers, zooals Baronius, Mabillon, be Cointe en Baillet *); maar daar staat tegenover , dat deze geene bewijzen voor hunne zaak kunnen aanbrengen. Hoeren wij ten slotte hetgeen Cuperus hieromtrent in het midden brengt. Deze, buiten alle partijen staande, haalt eerst eenige schrijvers aan, die den moord des Heiligen aan Judith toeschrijven, en zegt daarna, dat bijna alle nieuwe Fransche schrijvers Judith van dezen heiligschennenden moord trachten vrij

’) Critica in Annal. Gard. Baronii Tom. 111. p. 572.

*) Friesche Jaarboeken 11. bl. 25.

’) Geschiedenis der Ghrist. kerk enz. I. bl. 182.

Butler t. a. p. VI p. 307. Men vindt voor deze bewering geen enkelen historiscben grond bij andere geschiedschrijvers.

s) Gomment praev. Acta SS. 1. c. p. 459.

Sluiten