Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Goits gnade Frederick bisschop t’ütrecht, geboren marckgreve van Baden.

Eerbare, lieve Vrunde.

Want wij unsen lieven getruwen raidt, meister Ulrich Byel canonic unser kercken aldair in unsen ende unses Gestychts saeken merkelick t’doen hebben, ende deselve an sijnre residencie noieh ene kleyne tijt ten achteren is, begeren wij ser guetlicke an u, ghij bem dat rest sijnre residencie, hij noieh voir tsant Remigii naistkomende t’doene hefft, uns to eren ende gevallen verdragen ende verlaten willen; verschulde(n) wij gerne in gelicken ende merderen tegens u. Ende wie wail wij uns des genslicken tot u versien, begeren des nyet the myn uwe bescrevene antwoirdt, deselve unse raidt syck dairnae balden weten moege. Godt zij met ü.

Gegeven in unsen sloite Vollenhoe, den 16«" dach in Augusto, a“ (150)3.

(get.) Hündebeke.

D. 6. A. bl. 355.

Dezelfde heeft Mr. Evert van Ensse voorzien met het scholtamht van Leusden en verzoekt de 5 Kapittelen te Utrecht, dat zij mede hun zegel daaraan willen hechten, i Sept. 1503. (Zie nog Asch v. Wyck, Archief I, n". 228.)

Van Goits gnaden Frederick bisscop t’TJtrecht, geboren markgreve van Baden.

Eerbare, lieve Vriende.

Alsoe wij unsen lieven getruwen raidt, meister Everdt van Ensse mit unsen scholtampte van Loeusden versien hebben, alss gij dat nut onser commissien, bem dairop gegeven ende ü hyerbij overgesant, siende wer-

Sluiten