Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der saken muntlicken toe communiceren ende verner tho beraetslagen was daerinne am besten gedaen sal moegen worden.”

De tusschenkomst van Gunretorff bad bet gewenscbte gevolg; de twist werd bijgelegd en den 27 Augustus de akte, waarbij van Plo tot vicecureit werd door beide partijen onderteekend.

Helaas de vrede zou niet lang duren. Wat er in Augustus geschiedde, was slechts een voorpostengevecht in vergelijking met den verwoeden krijg, die in September tusschen pastoor van Plo en de stad losbarstte en met steeds grootere heftigheid gevoerd werd, totdat de vicecureit, inziende dat hij te Kampen geen goed meer kon doen, zijn ontslag nam en naar elders vertrek.

Den 9 September was in het pestilentiehuis op de Belt een zekere- Hendrik Smit, buiten de schoot der kerk; als een afvallige gestorven. De vicecureit had den stervende bezocht, hem vermaant zich met God te verzoenen en de H. Sacramenten te ontvangen, doch alles vruchteloos. Overeenkomstig de kerkelijke wetten had de pastoor den doodgraver aangezegd, dat hij het lijk van den ongelukkige niet in gewijde aarde mocht begraven. De vader van de overledene vervoegde zich daarop zaterdags ’s morgens bij den raad en verzocht, dat deze een plaats zou willen aanwijzen, waar hij zijn zoon zou mogen ter aarde bestellen. De raad voldeed aan dit verzoek wees hem een „verworpene plaetse” aan „bij S. Catherinen kerckhof, daer die van den gasthuese gewoentlick sinnen hoer mes te vergaderen,” en stond hem toe het lijk daar „sine funebre pompa ofte sepulture honore” te begraven.

Doch men had buiten den vicecureit gerekend. In

Sluiten