Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schitterend bewezen heeft, ') werd door de telgen der voornaamste Frankische en Qallo-Komeinsche huizen druk bezocht. Men eischte een opvoeding evenredig aan hun hooge bestemming. Het was niet voldoende meer, met meesterhand de lans te slingeren en het zwaard te hanteeren, het strijdros te mennen of een onverschrokken jager te zijn.

Sedert de vorsten de Latijnsche taal gebruikten en hunne capitulariën opstelden naar het model der Eomeinsche wetten, wilden zij een geletterde omgeving. Elke roeping vond ten hove zijne leermeesters. Wij zien daar achtereenvolgens Aredius, Gogo, den H. Lambertus, Ohrodegang van Metz, Adalhard, Wala en Benedictus van Aniane studeeren en onderwijzen. Eindelijk verscheen Karei de Groote, onder wiens toezicht de hofschol het voorbeeld werd voor alle scholen.

Alcuinus plantte alle geleerdheid der beroemde school van York naar het hof van Karei over; Eginhard schitterde door zijn dichterlijk talent, terwijl Angilbertus door Alcuinus met den naam van Homerus werd genoemd. Naast deze verwierf Petrus van Pisa hoogen roem als uitmuntend leeraar.

Onder Bodewijk den Vromen had Aldricus van Sens zijn leerstoel der hofschooi te danken aan de huitengemeene welsprekendheid, waarmede hij de christelijke leer tegen de aanvallen des ongeloofs verdedigde. Karei de Kale ontving zijn opvoeding van ServatusLupus, abt van Ferrlères hij Sens, den groeten leerling van Khabanus Maurus, en hiermede den echt wetenschap-

‘) Histoire de St. Léger, chap. 11. et 111.

Paul. Diac. Be Episc. Metens. Migne, Tom. '132, col. 646, Ozanam, La Civilisation chez les Francs, p. 405 ss.

Sluiten