Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden uitgesproken. Want, bestemd als zij waren, om bij den koordienst der kanunniken te worden afgelezen, moesten zij eerder stichting dan overtuiging beoogen. Wij missen hier noodzakelijk de oorspronkelijkheid en gemeenzaamheid der volksrede, wijl de gemeente hij de bijzondere godsdienstoefeningen des kapittels niet tegenwoordig was. Wij zijn derhalve, helaas, niet in staat te heoordeelen, in welken graad de H. Radboud de populaire en eigenlijk gezegde welsprekendheid eens hisschops dier tijden bezeten heeft.

Reeds lang voor dat Radboud den stoel van Utrecht beklom, was de oefening in ’t schrijven van Latijnsche verzen een deel der kloosterlijke opvoeding. In mannen als Beda, Rhahanus Maurus, Walafried Strabo en anderen had deze kunst warme vrienden en talentvolle beoefenaars gevonden. De school van York, de wetenschappelijke inrichtingen van Karei den Groeten en zijn opvolgers maakten haar in Engeland en over gansch westelijk Europa bemind. Radbouds bekende dichtergave is er ons borg voor, dat hij in zijne jeugd niet vreemd bleef aan de klassieke dichters der oudheid. Jammer genoeg zijn alleen zes zijner gedichten tot ons gekomen; maar zij wekken het stellig vermoeden, dat een grooter aantal door de ongunst der tijden verging. Drie zijn van korteren adem, Een metrisch epitaphium, dat de bisschep zichzelven als grafschrift bestemd had een Smeekbede, aan St. Maarten gericht, welker disticha aldus gevormd zijn, dat de eerste helft van den hexa-

') Mol), Kerkgesch. I. bl. 370. Het werd uitgegeven door Heda, 1. c. p. 72; Mabillon, Acta SS. ord. St. Bened. tom. VIL Migne, P. L. Tom. 132, col. 557.

Sluiten