is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1894Een En Twintigste Deel, 1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

najaarsweder maakte in die streken het reizen uiterst moeilijk. Daarom gebood hij de zijnen, hem zoo spoedig mogelijk vandaar weg te voeren. Ten zeerste bedroefd trokken geestelijken en dienaars met hun geliefden bisschep naar Ootmarsum, waar hij, zoo de zijnen het zouden gedoogen, de laatste rustplaats gekozen had. Daar bezat de Heilige een kleine kapel (oratorium), en vertoefde er gaarne, wijl zij zeer schoon gelegen was. Na zijne uiterste wilsbeschikkingen gemaakt te hebben, lag hij daar met een blij gelaat; geen zweem van vreeze kenmerkte zijne trekken, omdat hij door Jezus Christus ter bruiloft was genoodigd. Naarmate zijn lichaam wegstierf, begon zijn geest meer te leven. De dood des Heiligen was zacht en liefelijk. Tot de laatste oogenhlikken loofde hij gestadig zijn Heer en God. Met stervende lippen zong hij heilige liederen, zoo hartroerend, dat de omstanders hunne tranen niet konden weerhouden; over vloeiend van vreugde wisselde hij, zoolang de adem het toeliet, de psalmen af met een antiphoon, dien hij zelf had vervaardigd ter eere van St. Maarten '). Den 29®*™ Nov. des jaars 917 ging de H. Eadhoud uit dit oord van ballingschap

was tusschen Groningen en Koevorden gelegen. Vgl. Mabillon, Migne, Tom. 132 col. 545, not. 445.

Beka zegt hier, dat hij Trente verliet, niet, dat hij ziek was.

‘) «Ecce laeti laude digna

Praevenimus gaudia

Gloria Martini celsa,

Plane spiritualia.

Christe, nohis esto fautor

Gum misericordia.»

Deze is de antiphoon «Super Magnificat» uit het officium St. Martini, door Radboud zelf vervaardigd. Vgl. hoven hl. 282 s.