is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1894Een En Twintigste Deel, 1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opte voorseide huyse spreeckende te hebben de belfte van drie gouden joannes beyers gulden jaerlicks, waarvan den vyfden Auguste eerstcommende een jaer renten verschenen sal wesen, volgende die brieuen te exhiberen.

Compareerde voor myn onderscreuen Secretaris der stadt Amerfoert Jacob Tbeusz, borger, albyer en verclaerde dat by tegenwoerdicb die naeste is van de bloede en oudste opter strate en alsulcx gerecbticbt tot die collatie van seeckere vicarie lest gepossideert by Clemens, soen van Lodewyck Jans eertyts gefundeert by Henrick van Ryn en Beatris, syn suster, en alsulcx verclaerde devoorseide Jacob Tbeusz deselue vicarie te confereren by dese aen Dirck Matbeusz, mede vanden bloede is, als wesende syn comparants soen, en ter seiner tyt compareerde Joncker Willem van Domick en Harmen van Dompselaer, burgermeesteren inder tyt en verclaerde dat soe veel baer aengaet dese collatie mede by baer aduys gescbyeden nochtans op behagen en aggreatie vande Heeren Staten, versoeckende Matheus Jacobs van wege Dirck Matbeusz, zyn soen, byer van acte en is dese. Actum, den 26 May, 1607, slylo veteri.

Leoinub Botter.

Opten 8 Augusti, 1607, stylo veteri, is Tbonis van Dompselaer Rentmeester vande Vrouwen Conuenten gecompareert opten stadbuyse, en beeft aldaer ter presentie van borgermeester Doornick en Willem van Hardeuelt schepen, vertboont betaelt te hebben die predicants gelden ouer den jaere 1605 en 1606 desomme van vyer bondert gulden ten respecte van bet Conuent van St. Agatba. Item noch de predicants gelden ouer