Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maenlostraat; Tkorn met Ittervoort, Graethem, Baexem, Elle, Stamproij en Winkel ’).

Het blijkt niet, dat Ansfried na 966 ook de verdere krijgsverrichtingen van keizer Otto heeft gedeeld. Niet lang na zijn terugkeer uit Italië treffen wij hem aan als bestuurder zijner gronden. Den Octoher van gemeld jaar verwierf hij voor de heerlijkheid Kessenich groote voorrechten van Otto Volgens den giftbrief, bij die gelegenheid uitgevaardigd, schonk de keizer aan zijn gunsteling het recht, om te Kessenich munt te slaan en markt te houden. Verder moest de tol, die voorheen werd geheven te Maaseijck, naar Kessenich verplaatst ten gunste van Ansfried in een oorkonde van het jaar 968, waarin koningin Gerherga het grondgebied van Meerssen bij Maastricht ten geschenke geeft aan de abdij van St. Remigius te Rheims, vinden wij onder de namen der prinsen en graven, die den giftbrief teekenden, ook dien van onzen Ansfried °). |

De goede ' gezindheid der Duitsche keizers voor Ansfried daalde niet met Otto I ten grave. Diens kleinzoon Otto UI kende en waardeerde de diensten, door Ansfried aan zijn doorluchtigen vader en grootvader bewezen. Ten blijke zijner erkentelijkheid schonk bij den 26. Juni des jaars 984 aan zijn „trouwen Ansfried” een gedeelte van den tol, de munt en den cijns te Medemblik. „Wij schenken hem verder,” aldus gaal Otto voort, „en wel in vollen eigendom de gedeelten

') J. Habets, De Archieven van het kapittel der hoog adellijke abdij te Thorn, I, Inleiding, bl. 1. , ■ ,

2) Zie het diploom bij Habets, De Archieven van het kapillel enz. I, bl. 1.

3) Miraeus, opera diplomatica, tam. I, p.

Sluiten