Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeelte der kronijk, waar sprake is van Benedicta, heeft opgesteld ten jare 1012. Nu spreekt hij van haar in dezer voege: „Hujus vero Omnipotentis Bei famulae quia mentionem fecimua, quod nostris temporihus per eam Dominus operatus est, silentio non praeteribimus. Hospitalitatis non oblita, tantae dapsilitatis circa egenos et peregrinos extitii, ut” etc. : „Wijl wij gewag maakten van deze dienares des Almachtigen Gods, willen wij niet verzwijgen hetgeen Hij in onze tijden door haar gewerkt heeft. Zij was zoo milddadig jegens armen en vreemdelingen,” enz. (Lib. IV c. 23). Op een andere plaats: „Quo contra reverendae vitae ahatissa, ejus scilicet filia sanciissimaDaarop zeide de eerbiedwaardige abdis, (Ansfrieds) heilige dochter (Lib. IV, cap. 24). Nu vragen wij den onbevoordeelden Lezer, of Thietmar aldus kon schrijven over eene nog levende? Was Benedicta echter overleden, dan moet zij gestorven zijn tusschen 1010 en 1012, omdat ze in 1010 nog tegenwoordig was bij de uitvaart baars vaders te Hohorst. Bij haar leven en na haar dood werd zij om haar schitterende deugden en groote milddadigheid jegens de armen als een heilige vereerd ').

Waar ter plaatse Benedicta in de stiftkerk te Thorn begraven ligt, blijkt niet. Het onderzoek in de crypt, waar het looden kistje met de relieken der H. Herswindis werd gevonden, liet ons in het onzekere omtrent de overblijfselen van Benedicta. VTaarschijnlijk volgens mondelingsche overlevering van pastoor Beelen te Thorn, verhaalt J. M. Wolters, dat haar gebeente in een kost-

') Door Thietmar t. a. p., Heda, p. 93 en Fisen, t. a. p. ■wordt zij onder de Heiligen gerangschikt. f

Sluiten