Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1429 werden zij schier alle in leen gegeven aan de adellijke familie de Merode, die er nog bet bewind over voerde in Heda’s tijd ‘), in 1522 te Antwerpen overleden.

Uit dien giftbrief van Ansfried, en voornamelijk uit de woorden: „om den dienst des Heeren te herstellen,” mag men opmaken, zegt Moll, „dat Ansfried, bij de aanvaarding van zijn ambt, het bisdom en de gemeente van Utrecht in een kwijnenden toestand vond, en dat de kerk, ook na de edele bemoeiingen, welke daartoe door Balderik waren aangewend, nog niet volkomen hersteld was van de slagen, haar toegebracht door de Noormannen, die niet alleen de stad meermalen verwoest en de kanoniken verjaagd, maar ook de goederen geroofd hadden, waaruit de geestelijken en kerkgebouwen en al wat tot de eeredienst en armenverzorging behoorde, onderhouden werden”

„Gedreven door liefde tot God” en uit genegenheid voor bisscbop Ansfried schonk zeker adellijk man, Fretbibold genaamd, aan de kapittels van Utrecht aanzienlijke bezittingen in Teisterbant, tegen een jaarlijkscbe uitkeering van twaalf ponden. Mocht een opvolger van Ansfried in de vervulling dezer voorwaarde nalatig zijn, dan zal Fretbibold over de gift .weder als zijn eigendom beschikken ®). Het stuk werd geschreven te ütrecbt, den 20®‘®“ Sept. des jaars 997

') Heda, Historia Episc. Traj. p. 93.

2) Kalender voor de Prot. in Nederl., p. 45.

3) Het Stuk bij üeda, p. 94 Acta SS. Bolt. I Tom. Mail p. 434; Het diploom is waarschijnlijk geïnterpoleerd, wijl ev pia memoria recolendus, en pias recordationis praesul in voorkomt nog bij leven en in tegenwoordigheid van Ansfried.

•*) Baron Sloet zegt: «Ik meen 996 en niet 997;» Oorkondenhoek der Graafschappen Gelre en Zutfen tot op den Slag van Weeringen 5 Juni 1288, n”. 115.

Arohieï XXI.

25

Sluiten