Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«n hij zette zijn slemppartij voort tot laat in den nacht. Met spijzen bezwaard werpt hij zich eindelijk op*de legerstede en slaapt in om niet meer te ontwaken, Toen het lijk in den grafkuil was neergelaten, drukte de zerk zóó zeer het opgezette lijf, dat een vetachtig vocht van alle zijden uit het graf naar hoven welde, terwijl de huid ongeschonden bleef. De reuk was ondraaglijk. Doch het is heter, dat de nagedachtenis des ongelukkigen wegzinke in eeuwige vergetelheid. Hij heeft den roemrijken bisschep gelasterd tot in den dood; daarom zal hij eens de glorie des Heiligen zien en uitroepen: Deze is het, dien ik weleer belachte en stelde tot een voorwerp van bespotting; ik hield zijn levensgedrag voor onzin en zijn einde voor eerloos I Ziet, hoe hij gerekend is onder de kinderen Gods en hoe zijn lot is onder de Heiligen.”

„Mogen dit allen ter harte nemen, zoo sluit Alpertus , die enkel leven voor het lichaam en vol afgunst zijn voor Gods dienaar, opdat beider uiteinde hen leere, wiens voetstappen zij hehooren te drukken. De lasteraar was niet zeer rijk en liep dagelijks de huizen af, om onder schimpreden en bedreigingen tegen Ansfried te voldoen aan zijn gulzigheid; eindelijk stierf hij als het redelooze vee. Zijn streven ging niet hooger dan deze aarde; zijn hoop verdween in het graf. Ansfried had overvloed, dien hij enkel besteedde ten gunste der armen. Met Gods genade was zijn leven vruchtbaar tot den laatsten snik: Christus was zijn leven en sterven hem gewin.”

Waren geen andere vijanden tegen Ansfried opgestaan.

') Be Diversitate temp. lib. I, cap. 18. Pertz, 111, 709. Migne, t. a. p.

Sluiten