Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bi den Biscop van Utrecht.

Goede vriende. Wie thonen U dat Conraet Schunde,. Dideric Keempe, Kutgheer Kempe ende anders hare hulper, u medeborghers, in onsen lande gheroeft ende ghehrandt hebben Godevaerde van Goere, onvervolght van ons. Waerom wi aen u begheren, dat gbi u borgbers voornoemt alsoe goet hebben wilt, dat si Godevarde voers. vor sinen scade ende ons boven onsse smaetbeyt al soe vole gbelijcs doen, als bescbeydelijc is, of ons sal ommer duneken, dat ons van u niet al gelijc en gheschiet. Ende wees gbi bier in doen wilt of mogbet, dat wilt ons weder scriven met desen selven bode. Got si met u. Gbegbeven tot Dyepenbem des Dinxdagbs na Judica.

(Opschrift): Eersamen Inden, Schepenen ende Eaed van Gronloe, onsen goeden vriende(n).

Naar ’t oorspronkelijke op papier, waarop de sporen nog aanwezig zijn van het zegel waarmede het schrijven was gesloten. We plaatsten dit stuk omstreeks 1335, omdat Godevaart van Goor in 1326 voorkomt (Prov. Archief v. Overijssel I hl. 43, vergel. met S. Muller’s Registers en Rekeningen hl. 581), en Diepenheim in 1331 door koop aan het Sticht kwam. (Beka hl. 117).

4.

Johan Kleydink, klerk van ’t hisdom Munster sticht de vicarie van O. L. Vrouw; zij wordt door bisschop Bodewijk bevestigd. 80 Mei 1338.

„Lodewicus.,.. „Monasteriensis epicopus’' doet kond, dat „Jobannes Klendiuk ') clericus nostrae diocesis nobis

') In Getob. 1378 heet hij Jobannes Clyninck-, zie hierachter nö. 13. Een Extractus fundationnin vicariarum Ecclesiae S. Calixti in Gronlo, uit de eerste helft der 17e eeuw, zegt: Vicaria

Sluiten