is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1895, 1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fragmenten uit brieven van v. Maarseubroek aan de Staten

1673, Januari 2S, Parijs.

Zedert uyt U Ed. mod. missive van den jV deser verstaen hebbe, dat den heere bisschop Neercassel herwaerts komt om verder nog de ongelegentheden van U Ed. mog. provintie voor te draeghen en derselver ontlastinge te solliciteeren.... hebbe ondertusschen de aenkomste van welgedachten heer bisschop aen sommige bekent gemaect nevens de redenen die Syn Ed. tot de reyse bewogen hebben (immers soo wel mij bekent is door den geseyden brief van den tV deser).”

1673, Februari 4, Parijs.

.... „Gisteren arriveerde den beere bisschop Neercassel, dien denselven dagh hebbe wesen begroeten. Syn Ed. betuygbt alleenlijck uyt een yver ende liefde voor de arme en seer geschargeerde provintie de moeyte van bier te comen genomen te hebben ende dat daertoe van U Ed. mog. versocfat is geweest. lek sal niet nalaeten Syn Eerw. nootsaeckelycke kennisse te geven, gelyck alrede begonnen hebbe van de omstandichheden, die mij alhier bejegent syn, nevens communicatie van de documenten en stucken mitsgaders brieven, die my zedert myn aenwesen alhier van U Ed. mog. syn toegesonden ende tot bewys van de miseriën, die de inwooners van de provintie drucken, nodigh syn, inge-7 volge van ü Ed. mog. authorisatie van passato.”

1673, Februari 11, Parijs.

„Den heere bisschop .... begaf sigb aenstonts om

1) Alle brieven eigenhandig.