Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sicli soude bedeneken en al doen wat van hem in deesen groeten oorlogh tot ontlastingb sijner ondersaeten gedaen souden kunnen worden.

In den tweeden aenspraeck te Versailles aen priedieu van sijne Majestijd afgelecht, heb hem sommierlijck den wenach en versoeck der conquesteerde provinciën voorgehouden, haer sijne konincklijcke genade met ontmoedige gebeeden getracht te verwerven en daernaer mijn abgescheid van syne Majestijd genomen.

Het voordeel van deesen aenspraek sal uyt d’effecten afgenomen moeten worden.

De ministers meenen, dat sijne Majestijd, nu overtuych synde van d’onmacht der provinciën, int toekomende draegelycker lasten opleggen sal. ’t Welck daer uyt eenigbsins verboopen, dat syn hoegheyd de prince van Condé, die eerdaegbs nae de geconquesteerde provincie vertrecken sal, om al daer het hoog bewind te hebben, heeft mijn volmondigh heloeft, dat sich in sijne bedieningh soo soude quyten, dat üEd. mog. provincie reden souden hehben van haer over hem te loven.

Ik sal noch andermaal dien edelmoedigen prins de provincie recommandeeren en besonderlijck het schorten der confiscatie trachten af te bidden, om alsoo te toonen, hoeseer ick hem

Edele mogende Heeren.

ÜEd. mog. ootmoedigen en versekersten dienaar, Eigenh. get. ÜEd. mog. ootmoedigen en versekersten

dienaar

JOHANNEB Epb Cabtorien. Vic. Apost.

Buiten op hei adres \ Hooghmogende Heere

Heeren Staten van de provincie van Uytrecht

tot Utrecht.

Daaronder een andere hand'. Maendagh den 16 Martii 1673.

Sluiten