Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarnemen door anderen. Met de uitoefening der kerkelijke jurisdictie, voor zooverre die aan onze kerkvoogden toekwam, was de vicaris-generaal, met het verrichten der episcopale wijdingen was de wijbisschop belast. ‘) Frederik van Baden nam van 1496 tot 1517 den bisschopszetel van Utrecht in. Onder zijn bestuur valt dus bijna geheel het tijdperk van ons register. Als wijbisschop fungeerde toen Jacob de Ehidder, bisschep van Hebron i. p. i., behoorende tot de orde der Predikheeren. Hoogst waarschijnlijk zal deze verreweg de meeste, zoo niet alle wijdingen, in het register vermeld, namens bisschep Frederik hebben toegediend. De aanteekening, die wij hierboven blz. 61 aan de naamlijst der subdiakens ontleend hebben, de eenige van dien aard, zegt dan ook uitdrukkelijk, dat op 7 Maart 1517 de wijding door Jacob de Rhidder verricht is.

De aangewezen plaais, waar de wijdingen toegediend moesten worden, was natuurlijk de kathedraal of domkerk. Wijl blijkens ons register de Intitulatio in Utrecht geschiedde, onder het naaste toezicht van het domkapittel en deszelfs scholaster, zullen de meeste wijdingen van 1505 tot 1518 ook wel in de bisschopsstad zelve verricht zijn. Maar het schijnt toch, dat op dezen algemeenen regel niet zelden uitzondering werd gemaakt. Wegens de onlusten, die menigwerf Utrecht’s burgerij in beroering en het gezag, somwijlen zelfs den persoon des hisschops, in gevaar brachten, resideerde David van Bourgondië bij voorkeur in de sterkte Wijk bij Duurstede. Hier was hij veilig tegen iederen politieken aanslag en toch dicht genoeg bij zijne hoofdstad.

>) Vgl. Moll 11. I. 275 v.v.

Batavia Sacra I. 233.

Sluiten