Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het openbaar midden op de Neude was opgericht. En het vonnis was zwaar, veel zwaarder dan de vorige maal. Het luidde, dat Jacob van Qulik plechtig ontwijd en daarna als leek aan het TJtrechtsche schepengerecht overgegeven worden zou. Wel werd daarbij de bede uitgesproken, dat men zijn leven mocht sparen (omdat de kerk geen doodvonnis mocht uitspreken); maar ieder, die wist, dat het ütrechtsche stedelijke wetboek „den valscher den ketel” ‘) bestemde, kon zich geene illusiën maken over het lot, dat den ontwijde wachtte. En zoo was het ook: de schepenbank, ditmaal, eershalve onder presidium van den bisschep zelf, vergaderd op het schavot, waar de ontwijding had plaats gehad, veroordeelde den schuldige onmiddellijk, om in een ketel, onder het schavot op de Neude geplaatst, levend gekookt te worden. De tijdgenooten rekenden het den rechters als genade aan, dat zij op het gegil van den ongelukkige bevalen hem uit den ketel te nemen ’) en op de plaats zelf te onthoofden, terwijl de bisschep verlof gaf, hem in gewijde aarde te begraven.

En waarlijk, nu wij de omstandigheden van het proces goed kennen, kan geen verwijt van hardheid den bisschep treffen. Het bleek ons, dat men te Utrecht aanvankelijk zelfs geene strengheid gewild heeft, en dat, zoo men ten slotte verkozen heeft recht te doen liever dan genade te schenken, dit is geschied, niet uit eigene beweging, maar door pressie van uit Eome.

') Liber alhus. § 7.

Volgens Beka en het Magn. Chron. Belg. zelfs „concito" of „subito”, d. 1. dadelijk, dus wellicht reeds voordat het vuur was aangestookt.

Sluiten