Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Balderik haar tot grafstede voor zich en de zijnen Maar was de 8t Balvator tot dusver de geliefde kerk der bisschoppen, de St Marten genoot blijkbaar de voorliefde der vorsten, die een na ander haar met hunne giften en gaven verrijkten. Zoo werd op 23 Mei 753 ter bede van den H. Bonifacius deze kerk door koning Pepijn begiftigd of, wil u, bevestigd in vroegere gaven. Volgden: a op 1 Maart 769 ter bede van den H. (Jregorius gelijke gunst van Karei den Groote; 6 op 8 Juni 777 ter bede van den 11. Albricus eene schenking van bezittingen in Kernland door denzelfden Karei; c op 18 Maart 815 ter bede van bisschep Eixfried gaf Bodewijk de Vrome aan haar blijk van zijn hooge gunst; d 21 Maart 846 ter bede van bisschep Kginhardt deed het keizer Lotharius; e 18 Mei 854 ter bede van den H. Hungerus deed het Bodewijk de Duitscher; f 2 Januari 858 ter bede van denzelfden heiligen bisschep schenkt koning Botharius 11, om wille van de verwoesting door de Noormannen te Utrecht aangericht, het klooster van Odilienberg aan de Boer. ’t Was telkens aan St Marten, niet aan St Salvador, dat die vorstelijke gunsten werden bewezen.

Beide kerken werden blijkbaar uit één munster be-

') Zie het grafschrift, in druk gegeven door W. Molt, Kerkgesch. 1. hl. 530; want wat ook door Moll en vele anderen met hem, als bijv. in dit Archief, XX. hl. 42, n. 4) wordt beweerd, dit grafschrift kan alleen slaan op Balderiks vader: bewijzen kan U vinden in Bijdragen van ’tHistor. Genootscli. XI. hl. 489, Nijholfs Bijdragen, XXIX. hl. 44, Mullers Oudste Cartular. hl. 47. Hier zij nog opgemerkt dat bij Moll in vers 24 moet gelezen worden «religio» in plaats van «relegis», en in vers 27 «quo» in plaats van «quod»; in vers 9 staat naar eisch van den zin «decorae», doch het H. S. heeft «decoris».

Sluiten