Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volge groeide de jeugd in verwildering op; de volwassenen konden de H. Sacramenten niet meer of althans uiterst zelden, dikwijls zelfs niet eens op hun sterfbed, ontvangen; zij hoorden slechts nu en dan een woord van leering en opwekking; zoo werd men van lieverlede onwetend in het godsdienstige, de onwetendheid bracht onverschilligheid en van onverschilligheid tot geloofsafval is de weg geen schrede lang.

Dat de Katholieke gemeente van Kampen niet geheel te gronde ging, dankt zij aan den ijver van eene betrekkelijk talrijke geestelijkheid, die er bij het invoeren der Reformatie achterbleef en wier ijveren gesteund werd door priesters, die uit andere streken hierheen kwamen. Hun arbeid had des te meer goed gevolg, wijl de Katholieken, althans in de tachtiger jaren der zestiende eeuw, nog niet geheel en al vogelvrij verklaard waren.

Zooals wij reeds opmerkten, was bij de inneming der stad in 1578 de stedelijke regeering nog grootendeels Katholiek. Doch ook na de gebeurtenissen van Maart—April 1580 werden de Katholieken niet aanstonds tot den rang van Heloten verlaagd , aanvankelijk hadden zelfs nog enkelen hunner zitting onder de Schepenen en Raden der stad.

Onder de Schepenen komen voor Arent toe Boecop en Egbert ten Bussche; onder de Raadsleden Egbert Morrhe, alle namen van zuiver Katholieken klank. Men begreep te Kampen, dat, met het oog op de

‘) Nog in 1608 werd bij Raadsresolutie bepaald, dat voortaan niemand in den Raad of in de Gemeente zou worden gekozen, die niet van de Christelijke gereformeerde religie was (Raadsresol. p. 162).

Sluiten