Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofden en zinnen door éénen broederband te zaïnen, bevalen hunnen vriendenkring aan de hoede van 0. L. 7rouwe, kozen haar altaar hier tot brandpunt der broederschap en stelden er hunnen leefregel in schrift. Vermoedelijk geschiedde dit niet op het duurzaam perkament; want nog geene eeuw was er verloopen, of het stuk lag daar erg versleten. Op den eersten Zondag van de Vasten des jaars 1568 kwamen derhalve de broeders te zamen om den stichtingsbrief te vernieuwen, en op den voorgrond verschenen toen ;

1. Fredrik Uyten Eng, gemaal van Anna van Renesse van Baer, heer van den Eng;

2. Jo“' Jan van Wanroy, nu sinds eene maand heer van den Ham en weldra ook dijkgraaf van Bijlevelt;

3. Gijsbert Oornelisz. üytenwael, onderschout van Vleuten;

4. Oornelis Cornelissen, schout van Themaat en kerkmeester te Vleuten;

5. Gijsbert Jansz. van Wel, schout van de Haar;

6 en 7. Jan Nyssoen op de hofstede Spengen eu Oornelis Gijsbert Janssen, voogden (procuratoers) der broederschap ;

8 en 9. Oornelis Oornelissen Poel op ’t Spijck en Hendrik Tonissen, kerkmeesters van Vleuten.

Zij schreven hunne grondwet nu op deugdelijk francijn, ’tgeen vooreerst werd onderteekend door de twee voogden en de twee kerkmeesters, vervolgens bezegeld door de twee jonkers in rood, en door de drie schouten in groen was. Het stuk werd nu in het schrijn der broederschap zorgvuldig bewaard en in de eerzame sprake van voor drie eeuwen zegt het ons ’t geen volgt:

De vriendenkring, door geen vast getal omschreven, staat open voor vrouwen zoowel als mannen, mits zij

Sluiten