Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weerd dat hij „sterk naar Leerdammer turf moet geroken hebben”. Qerardus was een der beruchte driehonderd. Hij onderteekende op het verweerschrift: „Gerardus Scheuning pastor Oampensis”. Den 14®“ Februari 1709 werd hij, naar wij hopen, tot een beter leven opgeroepen.

CORNELIUS MARftUIS.

1709-1711.

Vroeger pastoor te Enkhuizen en mede een der onderteekenaren van meergemeld verweerschrift. Hij noemt zich daar „Oornelius Marquis expastor Enchusanus”. Volgens de „Naamlijst der E. H. Pastoors in de Hollandsche Zending over de jaren 1710—1770” bleef hij tot 1717 te Kampen. Onder de vele fouten, die in deze lijst voorkomen, behoort ook deze opgave gerekend te worden. Uit de doopboeken van Kampen toch blijkt, dat Marquis te Kampen den 24®“ Mei 1711 voor het laatst het H. Doopsel toediende en zijn opvolger Abundius Haanstra reeds den 26®“ Mei 1711 een kindgekerstend heeft.

Door tusschenkomst van zijn neef, den Amsterdammer burgemeester Gerrit Hooft, werd Marquis den 10®“ Mei 1717 pastoor van de St. Willibrord (Het DuiQe) aldaar. Waar bij tusschen 1711 en 1717 arbeidde, is mij niet bekend. Waarschijnlijk heeft hij gedurende dien tijd, ofschoon niet door de stadsregeering

>) In een handschrift berustende op het archief der Lieve Vrouw kerk te Kampen.

2) Arch. vjh. Aartsb. IV. 129. VIII. 98.

Sluiten