Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten al het tin sal half blijven an mijn gemeente

Ten alle ijserwerek, kelckjes en al het kuperwerck sal hier blijven, uytgenomen een kofTi-kanne, wie sij begeert, sal Engele VVilhrinek hebben.

Ten s<len. Het horologie in de keucken hangende, met alle stoelen en kussens, sullen an mijne Gemeente blijven; gelijck ook het kabinet in mijn slaapkaemer, met het kleerkasjen en de schrijftaefel met het Byblioteekjen daerop staende; ook de linnenkast in de ganck staende.

Ten eden, alle mijne boecken sullen ook blijven tot gebruyck van mijn opvolger

Ten 8 De servetten, die gelettert zijn metnum: 14 en twee taefellakens van num: 2 van hetselve pellen en noch 6 servetten, geteekent oft gemerckt met -j-, en twee taefellakens, hebbende hetselve merck, sullen blijven an mijne gemeente, gelijck ook noch 6 beddelaekens en 6 sloepen, alle met hetselve f merck geteekent.

Ten 9. van de bedden, die hier gevonden worden, komt mijne gemeente een toe, liggende in de doncker kaemer, de andere zijn de mijne, die allen an de gemeente sullen blijven met de deekens, uytgenomen het eene liggende in mijn studeerkaemer, twelk ick an Engele Wilbrinck maeke met sijn toebehoer. Het bedt, met het ledikant en behanghsel in’t kaemertjen an den burgel, sal blijven an de Gemeente, met alle landkae(r)ten, prenten en kachel.

Ten 10. alle mijne spiegels sullen hier int lïuys blijven, uytgenomen het eene spiegeltjen in een goeden lijst, hangende int kaemertjen an den burghwal, dat Engele Wilbrinck hebben sal.

Ten 11. dat kleine kistjen sonder slot, staende met een grooter cistjen agter de deur van mijn slaepkamer, zal wesen voor Janne Marie Engbers, maer eenige mooje Japanse borden sullen sijn voor Engele Wilbrinck, als die heel blijven. De 3 soonen van Brugginck, nu nog studenten zijnde, sullen met een ander hebben te dellen mijne praedicatien, meditatiën, catechisatien en alle eigenhandige schriften, togh niet de obligatien van mij geschreven.

Notandum hic; ist dat het met mijn gemeente soo moght koomen te verloopen, dat er geen werelijck priester in Campen mogt connen blijven en noyt weder koomen, en mijn gemeente eenpaerlijck mogt overloopen tot de andere, dan sullen mijn naestbestaende geinstitueerde erfgenaemen alle die gemaekte meubelen an mijn Gemeente met alle reght konnen eischen, hun anmaetigen en verdeilen.»

Sluiten