Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

golven alles in wilde vaart met zich hebben voortgesleurd, indien niet de Moeder van Barmhartigheid zich over het arme volk ontfermd hadde. Volgens de kroniekschrijvers dier tijden ging de overstrooming gepaard met aardbevingen en bracht de ontzettende storm in geheel Noordwestelijk Europa de vreeselijkste onheilen teweeg.

Toen de bisschep van Munster vernam, wat de eigenlijke oorzaak was van den ramp, die ook zijn uitgestrekt diocees in een wildernis herschapen had, toen hij wist, dat hier geen natuurlijke oorzaken in het spel waren, maar de straffende hand Gods loodzwaar over zijn kudde was neergekomen, deed hij wat zijn herderlijke plicht was; zijn volk opwekken, om der beleedigde Majesteit Gods eerherstel te brengen en daardoor nieuwe rampen te voorkomen.

Dat eerherstel moest ongetwijfel vooral en op geheel bijzondere wijze gebracht worden op de plaats zelf, waar de ontzettende heiligschennis geschied was. Doch de overstrooming was geen straf voor die misdaad alleen, maar ook voor de zonden van geheel het Friesche volk. Wij zagen, hoe Emo tal van misbruiken en zonden opsomt, waardoor naar hij meende Gods verbolgenheid gewekt was. Ook Caesarius maakt de opmerking: »Dat de ramp veroorzaakt was niet slechts door de euveldaad van den kampvechter, maar ook door zonden en misbruiken, waaraan het volk schuldig was.”

Ongetwijfeld heeft de bisschep, toen hij zijn volk tot berouw en boete aanspoorde, niet verzuimd hen op te wekken met vertrouwen hun toevlucht te nemen tot het pas gestichte heiligdom, dat op verlangen der H. Maagd was opgebouwd, om een toevlucht te zijn

Sluiten