Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de gedenckwaerdighe miraklen aldaer geschied aen ende door het H Sacrament des Altaars” dat was de H. Stede van Hasselt voor dit stadje van Overijsel. Klein en onaanzienlijk was het plaatsje tot in het begin der dertiende eeuw. Voor dien tijd is het in de geschiedenis onbekend, en de topografie der stad toont duidelijk aan, dat de H. Stede oorspronkelijk buiten de muren der stad gelegen was.

Hasselt was dus destijds een zeer onbeduidend plaatsje, maar nauwelijks was het heiligdom der H. Stede opgericht, of het onbekende vlek nam met den dag zóó toe in bloei en welvaren, dat het ruim dertig jaren later in 1252, reeds tot stad verheven werd, bijna gelijktijdig met Zwolle, dat in 1233 stadsrechten ontving.

»Hasselts eer ende opcomen.” Inderdaad, zoolang de H. Stede in eere was, telde Hasselt mede onder de steden van Overijsel. Zijne geschiedenis gedurende de middeleeuwen is menige roemvolle bladzijde rijk en het nijvere stadje, dat evenals Deventer, Kampen en Zwolle gerechtigd was tot het voeren van den wijdschen titel van » Vrije Keizerlijke Hansestad”, was destijds een der meest welvarende plaatsen van het Oversticht.

Doch toen men voor het kostbaar kleinood, dat eeuwenlang Hasselts roem en eere was, begon slechts onverschilligheid te koesteren, toen men in euvelen moede de hand sloeg aan het heiligdom en het onderpand van ’s Heeren liefde en ontferming heiligschennend vernielde, begon voor Hasselt het treurig tijdperk van aanhoudend verval. Het spande al zijn krachten in, om de plaats te behouden, die het zich in de rij der steden van Overijsel verworven had, maar niets mocht baten. De dagen van voorspoed schenen onherroepelijk

Sluiten