Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen heeft uitgericht. De vruchten van dien ijver rijpten of vielen misschien als wormstekig reeds af, toen Wilhelmus van Dillen het levenslicht aanschouwde, De vraag »waar?” geraakte ook al in de mengeling van den strijd.

In dit Archief, 111 bl, 102, wordt betuigd, dat »hij geboren is te Terborg.” De getuige, die hiervoor staat, is een man van erkend gezag; maar ik vrees, dat hij het in deze moet afleggen voor zijn tegenstander. Meerdere van des Aartspriesters studieboeken zijn bewaard gebleven in de wedem der Roomsche Kerk van Etten. Onder deze zijn er, waarin W. van Dillen met eigen hand kennelijk zijn naam schreef, onder bijvoeging van »R. Pr.”, »ex Etten”, »Gelriae archipresbyter” of iets dergelijks. Ziedaar wat de getuige van de overzijde heeft in te brengen. Nu moge de rechter oordeelen.

Van Dillens geboorte valt voor i Juni 1722: want het oudste doopboek van Etten, aanvangend op dien tijd en thans nog bewaard ten bureel van den Burgerlijken Stand te Gendringen, geeft zijn doopsel niet, hoewel de jongeren van dien naam er geboekt staan.

Wat vaders gezag en moeders liefde in den knaap hadden aangekweekt, werd straks ontwikkeld door de vrome zorg van den eerwaarden Gerard Roedolf Seveker uit Bocholt, van H. Drievuldigheid des jaars 1722 pastoor te Etten. Waar de jongeling zijn lagere studiën deed, valt, dunkt mij, niet moeielijk te gissen: alles duidt op Emmerik, zoo dicht bij Etten gelegen en toen nog deel uitmakend van de zoogenaamde Hollandsche Zending, op Emmerik waar de aartspriesters Christiaan Dekkers en Petrus van Erpen achtereen hunnen zetel hadden en waar voortreffelijke

Sluiten