Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met allen ijver zijne stervende schapen op, om hun bij hun afreis naar de eeuwigheid hulp te bieden. Na een verdienstelijken arbeid van bijna dertig jaren overleed P. van der Linden te midden zijner kudde, den 25 Januari 1673. ‘) Bij zijn dood was de katholieke eeredienst, tengevolge van den inval der Fransche troepen, weer in volle vrijheid hersteld, zoodat het stoffelijk overschot van den pater met alle plechtigheid in de Broederkerk begraven kon worden. Wayer, die den dood van P. van der Linden aanteekende, voegt er bij: (hij werd) »seer heerlyck op syn religieus in de Broerenkercke begraven.” ‘)

Tijdens de Fransche overheersching waren te Kampen niet minder dan zes of zeven Minderbroeders: pater van der Linden en diens socius pater Provoost, bij wie zich in 1672 nog vier of vijf van hun medebroeders voegden. 2)

De graaf de Gazé, de bevelhebber der stad, gaf hun de oude Minderbroederkerk terug, die in hun bezit bleef tot 1674, toen de Fransche bezetting de stad verliet.

Van het oogenblik af, dat zij de oude Broerenkerk weder betrokken, stelden de paters alle pogingen in het werk, om het deerlijk gehavende Godshuis weer in voldoenden staat te brengen. Bij pastoor Wayer deden zij aanzoek, om het Beeld van den H. Franciscus dat sinds de Reformatie op de »Geestelijke Camer” (het bureau van het Beheer der Ecclesiastieke goederen)

1) In het Liter baptizatorum der Paters-Statie staat onder de rubriek: »Nomina defunctorum, quae non ex quadam oblivione sed tantum ad memoriam habendam, scripta sunt”: 1673, 25 Januarii pater Robertus van der Linden.

2) Dagboek van Pastoor Wayer.

ARCHIEF XXVI.

12

Sluiten