Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

watergang op den IJssel door al de sluizen, welke tusschen beide liggen, en dat Wessel van Everdingen de gemelde dijkgraaf heel de koopsom daarvoor heeft ontvangen, i)

Nu toog de mijtervorst naar Overijssel. Daar vinden we hem op Maandag 29 Mei, en wel te Deventer, waar hij aan St Lebuins-kapittel vergunt, om zonder nader verlof de tienden der kerk van Utrecht, die in leen of anderszins zijn uitgegeven, door koop, pandschap of ander rechtvaardig middel voor hunne Deventer kerk te verwerven. 2) Qp denzelfden Maandag, naar ’t schijnt, zat hij daar ook voor op eene rechtsvergadering, waar de schepenen van Deventer met die van Zwolle en Kampen vaststelden, dat al wie in de vrijheid eener stad van Overijssel dertig jaren als vrij man, zonder betichting van hoerigheid, had geleefd, met een eed zijne vrijheid kon handhaven.

Nu bisschep Willem zich weer bevond in het Oversticht, dat met ongekreukte trouw hem aanhing, kwamen er weer donderwolken aan de lucht. Het verdrag op 29 September 1297 te Veere, onder den invloed van den geslepen Wolfard van Borselen 4) gesloten, was zeer listig ingericht. Aanvankelijk maakt het den indruk, dat al de verbeurde goederen van

1) Codex Diplom, van ’t Histor. Genoot., 11, IV, II bl, 97.

2) Dumbar, Kerkel. en Wereldl. Deventer, I bl. 218.

3) Racer, Overijs. Gedenkstukken I, Voorbericht, bl. 14.

Bilderdijk, Geschiedenis des Vaderlands, II bl. 300, getuigt van hem, dat zijne «uitstekende bekwaamheden door eenen onbepaalden hoogmoed verduisterd wierden”, en Arend, 11, I bl. 400, zegt ons, dat «van Borselen, wien geene bekwaamheden als staatsman en hoveling kunnen betwist worden, het slachtoffer zijner heerschzucht, hoogmoed en hebzucht” werd.

Sluiten