Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich niet inliet en steeds zijn eigen weg ging. t) Reinier Snoy 2) had reeds ingezien, dat van een aanval op Holland enz., gelijk Melis beweert, geen spraak kon zijn, maar dat men met van der Beke moest aannemen, dat de kerkvorst toen hij voor zijne stad het hoofd stiet aan hare westzijde niet ver van de Hooge Woerd post vatte. De zaken aldus staande konden de beide Avennes zich veilig uit den voet maken, om straks, als de bisschep soms viel, in onschuld, gelijk Pilatus zich de handen te wasschen en de vruchten te plukken van den strijd der partijen. Doch in het geheim hield graaf Jan II de handen in de leidsels. Broeder Willem de Schaffenaar van Egmond die u weet dit wel »met veel vrijmoedigheid, naauwkeurigheid en waarheidsliefde heeft geschreven,” is ons borg, dat de macht der Hollanders ten ontzet van Utrecht op de been was gebracht in ’s graven afwezigheid, ja, maar met zijn verlof. En dat deze nog meer heeft gedaan dan niet-beletten, valt met veel waarschijnlijkheid af te leiden uit den zoen, dien hij straks aan den gesneuvelden bisschep moest brengen.

Den strijd, die nu volgt, schildert Stoke ons met de verwen van zijn eigen bordje: die begeerig is het oog daarop te werpen, kan ze vinden in boek VII, vers 882—946. Van der Beke en broeder Willem met hunne genooten verhalen de dingen, gelijk ze blijkbaar zijn geschied en hier volgen.

Als de stad Utrecht van nabij zag, wat gevaar haar

1) Matthaei Analecta, II bl. 553.

2) Rerum Batavarum lib. VIII, bij Sweerts bl. 108.

3) A. Mattbaei, Analecta, II bl. 553. Ook de Divisie-cronyk (W. van Goutboeven, 1636, I bl. 355) zegt ons dat ze optrokken s>bij consent ende wille des graven van HoUant.”

Sluiten