Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Antonius van Xeppel gedurende een kwarteeuw predikant te Aalten. i)

Wat nu den algemeenen toestand op godsdienstig terrein aangaat, moet erkend worden, dat onze Katholieke voorzaten bij het opkomen der Reformatie allertreurigste dagen beleefden, maar desniettemin blijft het een historisch feit, dat in den beginne de meesten het vaandel der Katholieke leer hoog in eere hielden, ofschoon de godsdienstzin grootendeels aan den huiselijken haard moest worden aangekweekt. De zielzorgers waren gedeeltelijk ontrouw geworden of hadden door den aandrang der omstandigheden een goed heenkomen gezocht. Maar op den duur konden zich anderen weer niet zonder priesterlijken bijstand staande houden en werden vroeg of laat door den stroom der Hervorming medegesleept.

Op Munstersch gebied zag het er in die dagen met den godsdienst en de geestelijken ook niet rooskleurig uit. 3) Hoe troostvol daarentegen, tevens te kunnen wijzen op vrome en geleerde mannen als den bisschop Johann von Hoya, de aartsbisschoppen Ernest en Ferdinand en niet te vergeten den vorst-bisschop Christoffel Bernard von Galen! Het zou evenwel voor deze prinsen der Kerk onbegonnen werk zijn geweest, in hun uitgebreide diocesen het ware geloof te behouden, wanneer zij niet een aanzienlijk deel der herdelijke

1) Pastoor H. A. Pieck had in het Archief van Rhede gevonden, dat kapelaan' van Keppel te Rhede »im Herm entschlafen” was.

2) Dat de stad Hattem en de Veluwe na 1795 nog eenige Katholieken herbergden, wat thans een uitzondering is, dit is het gevolg van een andere oorzaak. De groote afstand van kerken en en priesters speelt hier de groote rol.

Zie Munst. Urkundensammlung von Joseph Niesert. I. Inl. VII uo. 4.

Sluiten