Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1888.

139

De beide loodsschooners en loodskotters, waarvoor gelden op de begrooting voor 1886 werden toegestaan, zijn gereed gekomen en in dienst gesteld.

De twee loodsschooners, waarvoor gelden bij de begrooting voor 1887 zijn toegestaan, zijn in aanbouw.

Thans worden opnieuw gelden gevraagd voor den bouw van twee schooners, ter vervanging van verouderd en daardoor onbruikbaar geworden materieel, voor de uitrusting van de in aanbouw zijnde vaartuigen en voor den aanmaak van roei- en zeilsloepen.

De loodsgebouwen te Maassluis zijn gereed gekomen en betrokken.

Voor den bouw van het wachtlokaal voor loodsen te Ter Neuzen, en voor de plaatsing van het ontsmettingslokaal voor loodsen te Vlissingen, voor welke gebouwen gelden zijn toegestaan op de begrooting voor 1887, is het noodige verricht.

Op deze begrooting worden fondsen gevraagd voor aanschaffing van een ontsmettingsoven ten behoeve van voornoemd ontsmettingslokaal.

Het voornemen bestaat om, in verband met de geringe scheepvaart in het lste district, met het volgende jaar de loodsstandplaats Oostmahorn op te heffen, als niet meer noodig. Voorts om, eveneens wegens verminderde scheepvaart, de betrekkingen van commissaris der loodsen en van ontvanger der loodsgelden te Brouwershaven te vereenigen.

Betonning, bebakening en zeemerken.

De vernieuwing van den stoomketel en de herstelling der stoomwerktuigen van de „Frans Naerebout", en de nieuwe kaap tot toevluchtsoord van schipbreukelingen op de Boschplaat bij Terschelling, bij de begrooting voor 1887 toegestaan, worden onderhanden genomen.

Op deze begrooting worden gelden aangevraagd voor den bouw te Enkhuizen van een magazijn en werkplaats ten dienste van het betonningsmaterieel der Zuiderzee, dat gaandeweg zoodanig is toegenomen, dat het in de bestaande localiteit niet meer geborgen kan worden.

Verlichting.

Ten vervolge op hetgeen dienaangaande is medegedeeld bij de Memorie van Toelichting der vorige begrooting strekke, dat den 16- April jl. de verklaring in zake de Eemsverlichting met den Duitschen gezant is uitgewisseld, waarvan, zoowel de Duitsche als de Nederlandsehe tekst, als bijlage dezer Memorie zal worden aangetroffen. Dienovereenkomstig zal in 1888 tot de oprichting van lichttorens enz. te Delfzijl en op Watum moeten worden overge-

Sluiten