Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

348

DE VR IJ DAGAVOND

„HUIZE CATS"

Zalen voor Diners Soupers voor Bruiloften en Partijen

Speciaal adres voor UITZENDING VAN DINERS

onder Rabb- toezicht

PI. Mtddelaan 12 - Tel. 53143

IDe 's firavenhaagsche Hypotheekbank, Nieuwe Uitleg 21 's GRAVENHAGE geeft uit:

| 5 % Pandbrieven

| tegen beurskoers.

De Groote Europeesche Hotels

(onder dezelfde administratie)

( Palace Hötel

( H6tel Astorla en Clarldge

. ChSteau d'Ardenne

. Hötel Clar;dge's

. Hötel Nêgiesco

MADRID ( Palace H6tel

nADRID ( H8te| Rjtz

SINT-SEBASTIAAN Continental Palace SANTANDER . Hötel Real

BRUSSEL . .

DINANT . . . PARIJS. . . . NICE

noch onze schrijver noch een zijner gelijkgestemde standgenooten, Joodsche geschiedenis kunnen maken. Hoogstens vervormen, niet scheppen kan de afgescheidene van volk en volkswet!

Van den Redacteur van dit tijdschrift getuigt Prof. Brugmans, dat hij niet alleen een heldere maar ook een geleerde kop geweest moet zijn. Deze Redacteur had zich bij de uitgave dezer weekblaadjes een scherp omlijnd doel voor oogen gesteld. Hij wilde den vervallen toestand van den Hollandschen handel in het algemeen opbeuren. Hij begreep evenwel geenszins, dat de lamlendigheid der Hollanders dier dagen eng verband hield met hun onhistorische, onwerkelijke, kosmopolitische idealen. Integendeel. Hij achtte zijn tijdgenooten, die redeneerende, abstrahee-

rende, systematiseerende en gemakkelijk critiseerende koffiehuis-politici, op grond hunner verlichte idees juist tot de uitoefening van den handel in staat, geschikt den dienst van den alverbinder Mercurius te vervullen. Eerst bijna honderdvijftig jaar later begreep een man als de onlangs overleden prof. Max Weber 2), dat strenggeloovigheid en streng-geslotenheid van

Portret van een adellijken Amsterdamsch-i'ortugeesch-Joodschen heer. (Een lid der farmjie de Pinto?) Schilderij van

A.DRIAAN VAN DER WERFF (1659 1722).

religieus-kerkelijk gekleurde groepen voor dergelijken arbeid beter geschikt zijn. Toch had ,,De Koopman" reeds in zijn tijd veel bewonderaars. Hetgeen geen bevreemding kan wekken. De stukken zijn bijna alle pittig, goed en vaak geestig gesteld. Hoe sterk steekt daarbij de langdradigheid af en de gezwollen bombaststijl, waarin straks de Hollandsche en de Joodsche revolutionaire Patriotten hun dogma's zullen verkondigen. Deze ,,Mercurius als Spectator" is dan ook in het Engelsch, Fransch en zelfs in het Duitsch vertaald. En zoo heeft het ook niet kunnen missen, dat onze Plannenmaker met zijn denkbeelden wel grooten invloed verworven heeft. Begin 1770 oppert onze briefschrijver als eerste het denkbeeld van eene volkomen wettelijke gelijkstelling der Joden met de Christenen der landen hunner inwoning. Hij schrijft (De Koopman, II, blz. 435): ,,Maar het voorstel: of men ons gelijke vergunninge hebbe te ge evenmetde Kristenen? is nog nimmer geopperd, ik zwijg dat het over¬

wogen, veel min dat het bejaad zou zijn. Doch ik hoop 'et door deesen mijnen Brief aanleiding toe te hebben gegeeven om het ééns ter baan te brengen". 'Onze briefschrijver is door de geschiedenis schitterend in het gelijk gesteld. Zijn vraag, zijn probleem-stelling pasten volkomen in den lijst van zijn tijd. Hij kent de tooverformule, hij heeft den sleutel op zijn tijdgeest in handen. Zijn denkbeeld is op het door hem opgerichte voetstuk na twee tientallen jaren reeds werkelijkheid geworden. In Frankrijk reeds in 1791, in Holland in 1796 werd onze Emancipatie tot Staatswet. a

Niet van uit dit gezichtspunt, meer om er onze kennis van de economische toestanden onzer Vaderen vlak voor het Revolutietijdperk mee te verrijken, schonk wijlen Dr. M. Wolff aan de plannen van onzen anonymus in zijn belangrijke opstellenreeks : „De eerste vestiging der Joden te Amsterdam. Hun politieke en economische toestand", in het vijfde deel der nieuwe reeks der „Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde", zijn volle aandacht, hierop door Dr. J. Hartog in diens desbetreffend opstel uit ,,De Tijdspiegel", 1898, opmerkzaam gemaakt.

Wij moeten echter, voor wij tot het eigenlijke plan komen, op het voetspoor van ,,De Koopman" zelf, ons nog eene kleine uitweiding veroorloven.

De brief van Mordechai van Aaron de

— gelijk onze auteur zich teekent, —■ over de handelsvrijheid der Joden met zijn reconstructie-plan vond bij den hoofdredacteur van dat tijdschrift een hartelijk onthaal. Geen wonder: onze Joodsche briefschrijver, „correspondent", kiest als uitgangspunt en als doel zijner beschouwingen het handelsbelang ■— en daarmede was hij al in de pas bij zijn Redacteur, toen ter tijd „directer" betiteld. En zijn ideeën over godsdienst, tolerantie en arbeid waren de gangbare, de mode-ideeën van dien tijd, waaraan ook „Mijnheer De Koopman" hartelijk verkleefd was. Inzender verzocht zijn Redacteur, wel zoo goed te willen zijn, zijne bijdrage „in orthographie en zinsschikking een weinig ten goede te leesten". „Het is voor iemand van Spaansche ouders geboren, schoon al in Amsterdam," — zoo verontschuldigt hij zich -— ,, niet wel mogelijk, zich altoos zoo' tbehoort en even gelukkig uit te drukken: men behoudt doorgaans iets van zijn uitheemsch dialect". Tevens verzocht inzender „Mijnheer Den Koopman", zijne Natie en hem te verplichten door zijn Plan met diens op- en aanmerkingen te voorzien.

Sluiten