Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER DUITSCHE ROMANTIEK.

79

Singe wem Gesang gegeben In dem dentschen Dichterwald ! Das is Fveude, das ist Leben, Wenn's von allen Zweigen schallt!

De eenvoudige man kon zich niet verzadigen aan het gezicht van het gewoel en de vreugde der volksfeesten en 't waren voor hem onvergetelijke en zalige oogenblikken, toen hij eens op een reis langs den Rijn ergens in een bosch een menigte jongelieden met frissche stem zijn eigen liederen hoorde zingen, of wanneer een Tubinger het hoofd met een bloemkrans versierd en, op feestelijke wijze de stad uitgeleid , over de Neckar-brug trok en het afscheidslied: "Es ziehet der Bursch in die Weite"— tot in den tuin van 's dichters huis klonk.

't Is waar: zijn gedichten bewogen zich in een zeer kleinen kring van denkbeelden; hij zong, evenals eenmaal de ridderlijke dichters met de gouden harp bijna alleen:

''von Gottesminne, Von kühner Helden Muth, Von lindem Liebessinne, Von süsser Maienbluth."

Ook in zijn tragedie's verheerlijkte hij bij voorkeur de volhardende trouw van oud-duitsche vriendschap; de alles meesleepende macht van den dramatischer! hartstocht ontbrak hem. Zijn vaderlandsche gedichten verhieven zich bij lange na niet tot den krachtigen politieken pathos van zijn lievelingsdichter Walther von der Vogelweide; de Prometheusdrang om de ernstigste raadselen van 's menschen bestaan, het "Van waar?" en het " Waarheen?" der menschheid te doorgronden, verontrustte zijn kalm gemoed maar zelden. Daarom wilde Goethe niets hooren van de rozen en vergeetmij-nietjes, van de blonde maagden en treurende ridders des zwaabschen zangers; hij wilde niet inzien, dat niemand in het dichten van ballade's en liederen hem zeiven zoo dichtbij gekomen was als Uhland, en merkte op scherpen toon aan, dat in dat alles niets gelegen was, wat invloed uitoefende op 's menschen lot en leven. Maar reeds lang hadden de Duitschers 't met elkander in stilte afgesproken, om den ouden, grooten meester te behandelen volgens zijn

Sluiten