is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (2e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

RANGSCHIKKING OER BEROEPEN.

toen zij als veroveraars in Italië optraden, schilderkunst en beeldhouwkunst het werk der overwonnenen ; maar in plaats van geminacht te worden, verwierven die kunsten in Frankrijk zélf een schitterend succes. Als er somtijds overeenstemming is tusschen de rangschikking der rassen en de rangschikking der beroepen, hangt dan de eerste van de tweede af, of omgekeerd ? Wordt een beroep geminacht omdat het een beroep van den overwonnene is? Of wordt het niet veel-eer, omdat het geminacht is, overgelaten aan den overwonnene? De veroveraars, gewend aan het gebruik van wapenen, minachten elke andere bezigheid; ziedaar, waarom zij handenarbeid overlaten aan de overwonnenen. De oude Atheners hadden diepen eerbied voor den landbouw ; dat is de reden waarom zij de handwerken overlieten aan de bijwoners. Aan den anderen kant, als een beroep de achting der aanzienlijken verwerft, gaan dezen, niettegenstaande hun vroegeren tegenzin, over tot de uitoefening daarvan. „Is het niet, omdat goochelaars aardige vindingen hadden gehad en er hunne kunst meê hadden verrijkt, dat hooger-geborenen zich óok aan dat beroep hebben gewijd?" De vraag is van Tarde, die daarbij toegeeft, dat het prestige van het ras op dat van het beroep invloed heeft, en dat het prestige van het beroep menschen van een hooger ras aantrekt. Maar op dit laatste feit komt het aan ; het andere komt eerst in de tweede plaats in aanmerking. De landbouw trok de Atheners aan, en aan de bijwoners lieten zij alleen handel en nijverheid over, die zij verachtten. Hierop komt het in de eerste plaats aan. Handel en nijverheid werden meer en meer geminacht, omdat zij in handen van de bijwoners waren; ziedaar het secondaire feit. Toen ten slotte die minachting verzwakte, werden de Atheners ook handelaars en industriëelen. Als dus de rangschikking der beroepen zich voegt naar de rangschikking van de rassen, is eerstgenoemde niet uit laatstgenoemde te verklaren, want bij het overheerschende ras bestond een rangschikking der beroepen reeds vooraf.

Men zou nog andere onderstellingen kunnen opperen en bijv. kunnen zeggen, dat de rangschikking der beroepen aan de publieke opinie wordt opgelegd door het een of andere politieke of godsdienstige gezag. Is de veroordeeling