is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (2e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

RANGSCHIKKING DER BEROEPEN.

natuurlijke en maatschappelijke onvrijheden en geeft het hem het middel om te voldoen aan zijne behoeften en lusten. Wanneer de handel in de macht is van weinige individuen, zijn de talrijke landbouwers en werklieden, die met elkaar concurreeren, overgeleverd aan de genade van den koopman, die hunne producten koopt. Maar deze hangt weinig van zijne klanten af; want zij zijn zeer talrijk; als hij er sommige van verliest, krijgt hij er andere voor in de plaats. Hij is ook onafhankelijker dan de kleine dorpskoopman, die de slaaf is van zijne weinig talrijke klanten, bij wie hij er niet gemakkelijk méér kan krijgen. De groothandel en de groot-industrie geven niet alleen meer macht, maar ook meer onafhankelijkheid; vandaar hun prestige.

Men verwondert er zich somtijds over, dat dit prestige dat van de groote grondeigenaars niet evenaart. „Waarom", vraagt Tarde, „heeft in Griekenland, dat weinig voor handel geschikt is, de landbouw altijd meer gegolden dan andere beroepen?" In sommige mohammedaansche landen, te Tunis bijvoorbeeld, kan een koopman in de stad geen aanzien verkrijgen, als hij niet wat grondbezit buiten de stad heeft verworven. Fustel de Coulanges wees op iets dergelijks bij de rijk geworden kooplieden van den gallo-romeinschen tijd. Is het tegenwoordig in Frankrijk niet eveneens gesteld ? Soms is het uit politieke redenen te verklaren ; het bestuur over de steden was in het tijdvak, dat Fustel de Coulanges beschreef, in handen van de grondeigenaars. Maar er kunnen ook andere oorzaken werken. De grondeigenaar is de baas op zijn gebied; aan de grenzen daarvan houden sommige rechten van den staat op; het grondbezit, in schijn zekerder dan het bezit van roerend goed, geeft vasteren waarborg van onafhankelijkheid. Misschien is dit slechts illusie, maar die illusie is bijna algemeen. Dat landbouw zijn prestige behoudt, ook waar hij het schijnt te moeten verliezen, komt hiervan, dat grondbezit autonomie verzekert.

Een mensch is onafhankelijk, niet alleen wanneer hij rijk is, op soliede wijze, onbewegelijk als de grond, maar ook wanneer hij, om dien rijkdom te verkrijgen, te behouden, te vermeerderen, niet onderworpen is aan eenige fysieke of