is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER ONZE VOEDING.

433

kundig arbeidsvermogen der steenkolen ontleend, die in de electrische centrale verbranden; maar niet rechtstreeks heeft hier die omzetting plaats, doch door bemiddeling van mechanisch arbeidsvermogen, want de verbrandende kolen drijven werktuigen, die de electriciteit opwekken. Veel eenvoudiger ware het, als men de warmte der steenkolen geheel kon missen en rechtstreeks mechanisch arbeidsvermogen in electrisch kon omzetten; wil het geluk bij voorbeeld dat een stad in de nabijheid ligt van een grooten waterval of een sterk stroomende rivier, dan kan zij haar electrische verlichting aan het arbeidsvermogen van het stroomend water ontleenen. Indertijd werd de electrische kracht die de dynamo's op de tentoonstelling te Frankfort in gang zette, bij Lauffen aan de Neckar ontleend, en nog heden wordt, naar ik meen, de stad Heilbronn daardoor verlicht.

De omzetting van arbeidsvermogen van plaats in levende kracht en van de verschillende vormen van energie in elkander, heeft voortdurend om ons heen plaats; de totale hoeveelheid arbeidsvermogen in ons zonnestelsel blijft steeds dezelfde.

Dezelfde wet geldt ook voor de levende wezens. In ons lichaam, in al wat leeft, wordt voortdurend scheikundig arbeidsvermogen van plaats in levende kracht omgezet. In den normalen toestand verkrijgt de mensch dat arbeidsvermogen uit het voedsel, dat hij opgenomen heeft; een organisme, dat honger lijdt, teert daarentegen op zich zelf, op deelen van zijn eigen lichaam. Toch geschiedt dit zoo, dat het organisme zich zooveel mogelijk verdedigt; wat het lichaam verbruikt wordt tot het strikt noodzakelijke beperkt, en de minder noodige deelen worden opgeofferd aan die welke niet gemist kunnen worden. Zoo verdwijnt de vetlaag der huid en een deel van het spiervleesch, terwijl van hart en hersens b.v. het gewicht bijna niet vermindert. De mensch, die behoorlijk gevoed wordt, ontleent arbeidsvermogen aan dat voedsel en behoudt zijn vroeger gewicht, terwijl hij, die honger lijdt, zijn reservekapitaal verbruikt en daardoor vermagert en in gewicht vermindert.

Het doel der voeding is dus, den mensch in staat te stellen arbeid te verrichten en zijn lichaam desondanks in denzelfden W. B. I, 1907. 28