is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEN GEESTELIJKEN EIGENDOM.

447

volkomen duidelijk was, toch is er geen bepaling, die in de praktijk minder is toegepast.

De maker van het decreet had zich voorgesteld, dat hij door gelijke behandeling van inwoners en vreemdelingen in te voeren, aan de beschaafde natiën den weg gewezen had, dien zij moesten inslaan. De vreemdelingen echter bewonderden ons voorbeeld, maar weigerden het na te volgen. Alleen België nam in 1 886 in beginsel het decreet van 1852 in hare wetgeving op. Wat de andere naties betreft, zoo heeft men hen door opeenvolgende traktaten gedeeltelijke en zeer onvoldoende concessies moeten afdwingen. In vele gevallen werden de schrijvers slechts gedurende korten tijd tegen vertalingen beschermd. Tot nog voor korten tijd werden Frankrijks letterkunde en kunst door alle landen geplunderd.

Van 1852 tot 1882 heeft de fransche regeering met de vreemde natiën een zeer groot aantal overeenkomsten gesloten. De meeste waren aan handelstraktaten toegevoegd. Hun bepalingen waren zeer verschillend, verzekerden aan schrijvers en kunstenaars slechts eene beperkte bescherming vooral ten opzichte van vertalingen en verbonden de verkrijging van het recht aan aangiften en in depötgevingen, hetgeen een ernstige belemmering was.

Om aan de leemten, duisterheden en ingewikkeldheden der traktaten een einde te maken, werd in 1878 de Internationale letterkundige en artistieke vereeniging opgericht. Haar doel was de openbare meening te leiden en door alle beschaafde landen een wet tot bescherming der rechten van vreemdelingen te doen aannemen. Victor Hugo nam haar onder zijn hooge bescherming en uitstekende rechtsgeleerden, waaronder in de eerste plaats Pouillet, deken van de orde der rechtsgeleerden, gaven aan de stappen der vereeniging de noodige juistheid. In 1883 werd een ontwerp-overeenkomst gemaakt en door den Zwitserschen federalen raad aan de andere mogendheden medegedeeld, waarvan de Bernsche conventie het gevolg was. Tot deze conventie traden achtereenvolgens toe: Frankrijk, Duitschland, België, Denemarken, Spanje, Groot-Brittanje, Italië, Japan, Luxemburg, Noorwegen, Zwitserland, Tunis, Haïti, het vorstendom Monaco en