is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ACHTTIENDE EEUW.

7L

recht toe, om vast te stellen, dat de bewuste personen onmiskenbaar tot de groote wereld van het toenmalige Frankrijk werden gerekend, en dat hun zeer berispelijke gedragingen en zeer plompe uitdrukkingen hun geen afbreuk hebben gedaan in cle schatting van diezelfde wereld.

Met volle recht mogen we 't een zonderlinge aanmatiging heeten, dat de hofwereld van Versailles en Parijs met een onverbiddelijke minachting voor den provincialen adel te koop liep. Manieren en taal van die „achterlijken" vormden een onuitputtelijke bron van spotternij voor de hovelingen, hoewel de echte overleveringen van hoffelijkheid en welgetnanierdheid vrij wat beter buiten dan binnen de hofkringen werden geëerbiedigd. Hoor maar eens b.v., wat de hervan Orléans, moeder van den Regent, daaromtrent heeft geschreven.

„Men speelt aan het hof om ergerlijk hooge sommen; en de spelers gaan als razenden te werk. De een bulkt; een ander slaat zóó hard met zijn vuist op tafel, dat de zaal er van weergalmt; een derde vloekt, dat ons de haren te berge rijzen; kortom, 't lijkt wel een troep bezetenen.»

Het eenige, dat men tegen het getuigenis dier vorstin zou kunnen aanvoeren, is het feit, dat ze een Duitsche was en, als zoodanig, misschien bevooroordeeld tegen een „land der vreemdelingschap". Edoch, op een onthulling meer of minder onder zoovele komt het hier niet aan.

Hooggaande twisten naar aanleiding van het spel waren in elk geval aan het Fransche hof iets zeer gewoons. Men lei dan vaak zijn woorden allesbehalve op een weegschaaltje. Om een voorbeeld uit een menigte te noemen : toen de graaf De Coigny een hoog bedrag aan den prins De Dombes verloren had, schreeuwde hij hem toe : „Om zoo'n stom geluk te hebben, dien je wel een bastaard te zijn." Tusschen twee haakjes: die gemeene uitval kostte hem 't leven, toen hij den volgenden morgen duelleerde.

En ware 't nog maar bij hoog spelen gebleven! Maar er werd ook maar al te dikwijls valsch gespeeld; en dat werd in den regel niet erg kwalijk genomen. Zoo gewaagt b.v. Saint Simon, die gewoonlijk nog al spoedig zijn verontwaardiging bot vierde, zonder een woord van ergernis van