is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT DE WERELDBESCHOUWING VAK LAAT-ANT1EKEN TIJD.

281

de exacte wetenschappen, omdat zij niets voor het gemoed geven en de zedelijkheid niet op hooger peil brengen, in den ban doet, wordt gelukkig nog éénmaal door den laatsten opbloei der Grieksche wetenschap in het Nieuw-Platonisme voor eenigen tijd op zij gezet, maar het keert onder anderen vorm terug: de laatste consequentie ervan is het systeem van den Griekschen monnik Kosinas ( 6'lu eeuw), clie zich het heelal voorstelde naar het voorbeeld van den tabernakel.

Slechts op één gebied wordt werkelijk iets grootsch tot stand gebracht: in het Romeinsch recht. Maar karakteristiek genoeg is deze vooruitgang niet eenvoudig aan de praktische behoeften van het leven toe te schrijven, doch in dit geval aan de Stoïsche wijsbegeerte, wier dialektische studiën invloed uitoefenden op de systematiseering van het Romeinsch recht.

* * *

Wetenschap en wijsbegeerte waren zoo in dezen tijd tot een menigmaal alles behalve verblijdend geheel geworden. Verklaarde de wiskundige, de geograaf, de arts met trots zichzelf voor een filosoof, aan den anderen kant hield de wijsgeer — met de opvatting die hij nu eenmaal had van zijn roeping en wezen — zichzelf uitsluitend voor den bezitter der wetenschap. Bij dezen stand der dingen kan het ons dan ook niet verwonderen, dat de wijsbegeerte een voornamen karaktertrek met de wetenschap dier dagen gemeen had. Dit is het traditionalisme. Gelijk de redenaarskunst zich de oud-Attische wijze van uitdrukken tot doel stelt, zoo sluit de wijsbegeerte van dien tijd zich zeer nauw aan bij de reeds lang gestorven meesters van het verleden. Hoewel er bijwijlen cle nadruk op wordt gelegd dat de ouden de leiders, niet de meesters moeten zijn der wijsbegeerte, gaat men toch naar een gansch ander grondbeginsel te werk. Zoo is er nauwelijks een wijsgeerig boek in dien tijd dat men niet naar zijn bronnen zou kunnen vragen en natuurlijk ook reeds gevraagd heeft. De NieuwPythagoreërs leggen den nadruk op hun zeer nauwen sa-