is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

302

STIKSTOF BIJ DEN PLANTENGROEI.

meen neemt men aan, dat de planten niet in staat zijn die stof daaruit op te nemen; zij kunnen stikstof alleen opnemen in gebonden toestand, d.i. als zij met andere stoffen scheikundig verbonden is. Nu is het een feit, dat wij bekend mogen veronderstellen, dat Hellriegel en Willfarth gevonden hebben, dat aan de wortels van een zeer verspreide plantenfamilie knolletjes ontstaan, waarin bacteriën, die in staat zijn de vrije stikstof der dampkringslucht in gebonden toestand vast te leggen en zoo geschikt te maken om door de plant te worden opgenomen. Prof. Beyerinck heeft deze bacterie voor het eerst gekweekt en haar den naam gegeven van Bacillus radicicola. Deze ontdekking heeft aanleiding gegeven tot het gebruik van nitragine, een preparaat, dat culturen van deze bacteriën bevat, en dat twijfelachtige resultaten heeft opgeleverd; de versche reincultuur schijnt verre de voorkeur te verdienen om aan zuren grond, waarvan het stikstofgehalte uitgeput is, de stikstof terug te geven, voor den plantengroei onmisbaar.

De genoemde Revue behelst nu echter het volgende bericht, dat de vroeger aangenomen theorie, volgens welke de plant zelve geen stikstof uit den dampkring zou opnemen, logenstraft. Het luidt aldus:

Onder de vraagstukken der biologische scheikunde, die voor den landbouw van belang zijn, is er zeker geen van meer gewicht dan de vraag, of de planten de stikstof rechtstreeks uit de lucht kunnen opnemen of niet, omdat die quaestie ten nauwste samenhangt met die der meststoffen en met cle middelen om de vruchtbaarheid van den bodem te onderhouden of te vermeerderen.

Afgezien van de hoogst merkwaardige onderzoekingen van Winogradski') over de knolletjes der leguminosen en de bacteriën, die de stikstof van den dampkring binden, blijkt uit de jongste onderzoekingen, dat planten, die niet van dergelijke knolletjes voorzien zijn, toch zaden leveren met stikstof, die zij alleen aan de lucht ontleend kunnen hebben.

1) Hellriegel en Willfahrt hebben het eerst de knolletjes der leguminosen en de daarin wonende bacteriën gevonden en bewezen, dat deze bacteriën de vrije stikstof der lucht binden. Winogradski heeft zich op dit terrein ook hoogst verdienstelijk gemaakt. Hij heeft aangetoond, dat de bacteriën in den bodem den ammoniak in salpeterigzure en salpeterzure zouten omzetten, in welken vorm hij door de jonge planten wordt opgenomen. Wie over dit interessant onderwerp een zeer boeiende studie wil lezen, verwijzen wij naar No. 9 van de 10e reeks Geneeskundige Bladen uit Kliniek en Laboratorium »De Symbiose tusschen bacteriën en hoogere planten en dieren« door Dr. Alex Klein.