is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT HET LAND VAN VUUR EN IJS.

441

sche kooplui zich niet meer zoo gemakkelijk zouden kunnen verrijken ten koste der IJslanders, behoorde geen beletsel te zijn.

Daarentegen zouden èn Denen èn IJslanders er heel wat bij winnen, wanneer het wederzijdsch wantrouwen en de wederzijdsche wrok, die zonder eenigen twijfel bestaan, plaats maakten voor vertrouwen en vriendschap. Met vereende krachten zouden zij dan kunnen arbeiden aan de exploitatie van IJslands natuurlijke hulpbronnen. En die zijn niet gering. Nu heeft men IJsland genoemd: „het land dat hongert met een gedekte tafel voor zich" ; en is het hoog tijd, dat het zichzelf bedient. Deensche ondernemingsgeest en Deensche handelsgeest moeten daar een terrein kunnen vinden voor productieven arbeid. Dat zou een betere taak zijn, dan de boeren veel geld te laten betalen voor slechte koffie.

Men stelt zich in het algemeen de natuurlijke gesteldheid van IJsland veel ongunstiger voor dan zij werkelijk is. Wel is de IJslandsche natuur op vele plaatsen zoo karig, zoo woest en zoo onherbergzaam mogelijk; wel kunnen de vulkanen van tijd tot tijd een waar schrikbewind uitoefenen over gansche uitgestrektheden en de aardbevingen zware verwoestingen aanrichten. Maar ook vruchtbare, sappige weiden zijn er, groot genoeg voor meer dan de 900duizend schapen, die nu de Deensche en Schotsche lakenfabrieken van ruw-materiaal voorzien. Al naarmate de wegen worden vermeerderd en verbeterd en het verkeer met het buitenland levendiger wordt, zal ook het zuivelbedrijf in beteekenis toenemen.

Reeds nu is het sterk vooruitgegaan. En de vischvangst op de gansche IJslandsche kust levert ongeloofelijk veel op, al zijn het meest Franschen, Engelschen en Noren, die er voordeel van trekken, terwijl ook Zweedsche visschers er hun geluk beginnen te beproeven. De IJslanders doen zelf ook wel aan vischvangst, maar toch nog lang niet op zoo'n groote schaal als zij moesten doen; al valt er, gedurende de laatste tientallen van jaren een groote vooruitgang te constateeren. Het is volstrekt niet onmogelijk, dat men mettertijd het recht van visscherij voor buitenlanders in de IJslandsche wateren zal gaan beperken. Ook de