is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZUID-AFRIKAANSCHEN OORLOG.

299

Te Bakenlaagte, in een der merkwaardigste gevechten van dezen oorlog, behaalde Botha zijne meest beroemde overwinning met een van de eerste toepassingen van den aanval met ruiterliniën. Twee en een halve kilometer lang was de linie der galoppeerende boeren, die van hunne kleine taaie paarden het uiterste vergend, hunne geweren van uit den zadel afvurend, in wilde kreten hun maanden lang opgekropte woede lucht gevend, de vallei overstroomden. De Britten werden verslagen en Benson werd doodelijk gewond, maar de britsche krijgsmanseer bleef ongedeerd. »Alle officieren waren gesneuveld of gewond, van de 79 Schotsche ruiters waren slechts 6, van 32 artilleristen slechts 3, van 20 man van het 6e regiment scherpschutters slechts 3 en van 40 Yorkshires slechts 5 ongedeerd ontkomen.«

Ook Homerisch is het verhaal van de Wets inval in de Kaapkolonie; hoe hij doorkroop en doorslipte tusschen de britsche kolonnes, die van elkander afdwaalden, terwijl hij langs hen heentrok; hoe hij langs hen heentrok; hoe hij langs de gezwollen Oranje-rivier wanhopig naar een waadbare plaats zocht en ten slotte als door een wonder ontsnapte; hoe hij in een marsch van bijna 1000 kilometers in 43 dagen een meesterstuk van bewegelijkheid en strategische slimheid leverde .

Zoo schrijft Childers, er droog komiek bijvoegend: «Volgens een telegram uit dien tijd aan een onzer groote dagbladen, was de Wet toen zijn hoofd kwijt.«

Hiernaast schildert de schrijver den aanval op Tweefontein, die het eindvonnis over de ondoeltreffende vechtwijze der Britten velde; de ontsnapping der Boeren uit het volgens een splinternieuwe methode om hen heen gebouwd net, hetzij door vee vooruit te drijven of in massa op de blokhuizenlinie aan te vallen: de gevangenneming van Kritzinger, die vooraan in den aanval, zich volkomen onbevreesd blootstelde en driemaal terugkeerde om gewonden te ontzetten, totdat hij zelf gewond en daardoor krijgsgevangen werd. Nog tijdens de vredesonderhandelingen doorkruist Jan Hamilton aan het hoofd van te zamen 17000 man eene streek zoo groot als Zuid-Engeland om 300 boeren te vinden, wat hem ten slotte gelukte.

Wat de maatregelen der regeering betreft, beaamt Childers in vele opzichten de protesten, in dien somberen tijd ingebracht tegen de verschillende nieuwe practijken in dezen oorlog toegepast.

Hij schildert de geleidelijke ontwikkeling en ten slotte volledige toepassing van dat in koelen bloede vastgestelde plan van vernieling, waarvan het bestaan zoo hardnekkig ontkend werd.

Wanneer houdt een oorlog op een oorlog te zijn? Dit is eene eenvoudige vraag op historisch gebied. En het antwoord op deze vraag