is toegevoegd aan uw favorieten.

Het R.K. bouwblad; officieel orgaan der Algem[eene] Katholieke Kunstenaarsvereeniging jrg 3, 1931, no 5, 08-10-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook het contrast in kleur tegenover onder- en achtergrond is hier van belang. Natuurlijke zandsteenen en tufsteen of lavasteen behooren naar hun aard beter thuis op onze kerkhoven.

Meermalen trof mij in de Zuidelijke landen de aanwezigheid van Colulmbaria op de Katholieke kerkhoven, waar de stoffelijke resten van ontruimde, algemeene graven werden ondergebracht, wel een bewijs hoe intens de doodenvereering daar nog leeft. Zou dit systeem ook voor onze Noordelijke landen geen ingang kunnen vinden, teneinde de minder met aardsche goederen gezegenden in de gelegenheid te stellen hun liefde en eerbied voor hun dierbare dooden ook na den daarvoor vastgestelden termijn te blijven toonen?

Tenslotte: waarom zouden wij onze kerkhoven niet opluisteren met een of meer monumenten, geen grafmonumenten zijnde, op daartoe geschikte plaatsen en verzinnebeeldend onze heerlijke, rijke, christelijke gedachte? Om een voorbeeld te noemen trof ik op de begraafplaats San Lorenzo te Rome een veel meer dan levensgroot standbeeld aan, voorstellend den verrijzenden Christus. Iedere bezoeker van dat kerkhof, vrijwel allen voorzien van bloemen bestemd voor het graf hunner dierbaren, wandelde langs dat beeld, plukte een of meer bloemen uit zijn voorraad en wierp die als een hulde op het voetstuk, dat weldra als bezaaid was met alle mogelijke soorten en kleuren van bloemen. De laatste daad vóór het verlaten van het kerkhof bij de uitgangspoort was een groet aan dien Christus, een buiging, het hoofd ontblooten, ja zelfs kushanden. Zulke uitingen van geloof en liefde grijpen ons Noorderlingen sterk aan en ontroeren ons ten zeerste. Over de opschriften der grafmonumenten, welke buiten mijn onderwerp vallen, zou een afzonderlijke lezing te houden zijn.

Pater Leo Rood heeft hierover in Studiën geschreven op een wijze, die iederen weiwillenden Katholiek tot nadenken en navolgen doet stemlmen. Naast ironische geschriften als: „Aan den baanbreker der lichamelijke opvoeding!" en „Werken en denken en leeren is leven!" geeft hij eenige prachtige oud-christelijke ge-

GRAFMONUMENT VAN EEN PIANOFABRIKANT

TE LONDEN.

schriften als: „Ik verzoek u allen, bidt voor mij, voor den heer Leo, priester." „Heer Jezus Christus, die mij hebt gevormd, ontferm U mijner in eeuwigheid" en „Mijn kind, leef in God en zoolang ik leef, bid voor mij."

Wilt ge schooner getuigenis van geloof in de gemeenschap der Heiligen dan de beide laatstgenoemde opschriften ?

Die eenvoud, die diepe geest en dat vurig geloof moeten ons een voorbeeld zijn, want dat is het wat wij in onzen tijd missen!

Geve God dat die oppervlakkigheid en onverschilligheid, in 't bijzonder ten opzichte van onze dooden, spoedig moge verdwijnen om plaats te maken voor dezelfde vurigheid van geest, welke de eerste Christenen bezielde, en zich duidelijk uitend in den glans en de vreugde onzer kerkhoven!

JAN VAN DONGEN Jr.

AAN TE NEMEN BELASTINGEN EN TOELAATBARE MATERIAALSPANNINGEN

Bij het berekenen van bouwconstructies moet men uitgaan van bepaalde aannamen. Twee van de voornaamste aannamen zijn de maximum-materiaalspanning, welke men in een materiaal bij een bepaald geval wenscht toe te laten en op welke belastingen men moet rekenen. Voor eenzelfde materiaal zal de maximum toelaatbare spanning kunnen varieeren, al naar gelang de wijze

waarop het materiaal is toegepast, de toevallige belasting waarop een constructie berekend wordt en de mate van nauwkeurigheid waarmede de berekening wordt uitgevoerd.

Zoo zal men voor kleinere kapspanten, uitgevoerd b.v. als verbeterd Hollandsch spant, waarvan een zuivere berekening vrijwel ondoenlijk is, althans de moeite

75