is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (4e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

MARCELIN BERTHELOT.

beroemde berlijnsche chemist Emile Fischer, om met de fransche officieele en wetenschappelijke wereld den jubilaris geluk te wenschen, die, eenvoudig als altijd, het rijtuig van den president met het escorte geweigerd had en als een eenvoudig genoodigde binnentrad, onbemerkt door het volk, dat hem een ovatie wilde brengen.

Men kon hem toen gelukwenschen, niet alleen met zijn wetenschappelijken roem en met het vele, dat hij ten bate der menschheid gedaan had ; maar ook met het bezit van eene nog krachtige opgewekte levensgezellin, die, omringd door eene schaar van kinderen en kleinkinderen, daar ook aanwezig was.

Dat huiselijk geluk zou helaas niet lang meer duren. De oudste dochter stierf en na haar kwam haar eenige 19-jarige zoon bij een spoorwegramp om het leven. De 77-jarige grootvader ging zelf naar het tooneel van de ramp, om het verminkte lijk te indentifieeren.

Voor Mevrouw Berthelot was het verlies van haar kleinzoon een doodsteek. Hare gezondheid, tot dusver altijd uitstekend, ging plotseling te gronde en een hartkwaal kostte haar bijna het leven. Wel bleef ze toen behouden, maar de kwaal bleef en tegen het einde van 1906 werd het duidelijk, dat er geen beterschap meer te wachten was. Berthelot zelf leed onzegbaar onder dit vooruitzicht en zei dikwerf tot zijn kinderen, dat hij voelde hun moeder niet te zullen overleven.

Intusschen bleef hij voor de buitenwereld dezelfde; noch zijn physieke kracht noch zijn geestelijke helderheid lieten hem in den steek. Den dag vóór zijn dood nog was hij in zijn laboratorium te Meudon, om den uitslag na te gaan van zijn proeven om met radiumzouten de atmospherische stikstof ten behoeve van den landbouw vast te leggen, proeven waarvan hij zich veel voorstelde.

Des ochtends van den 18en Maart deelde hij aan zijn kinderen mede, dat moeder den avond niet halen zou; de geruststellende verzekeringen der geneesheeren konden hem niet voor de waarheid verblinden. De stervende behield haar kalme helderheid tot het laatste oogenblik. „Wat moet er van hem worden, als ik weg ben." Die woorden aan