is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (4e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SALOMÉ IN DE LITERATUUR.

55

Er is geen ouverture. Een paar maten muziek en we zijn in de actie.

Het tooneel stelt het voorplein voor van Herodes' paleis, links de trap naar de feestzaal, op den achtergrond de toegang tot de onderaardsche gevangenis van Johannes of Jokanaan den Dooper. Men hoort hem spreken over die na hem komt, die sterker is dan hij.

Te vergeefs trachten de soldaten van de wacht hem tot zwijgen te brengen.

Salomé, het feestgevoel en de verliefde blikken van haar stiefvader ontvlucht, betreedt het tooneel en weet den officier der wacht, die een harer aanbidders is, te bewegen om in strijd met zijn consigne, ter bevrediging van hare nieuwsgierigheid Jokanaan boven te laten komen.

Deze overlaadt de prinses met vervloekingen. Maar Salomé raakt hoe langer hoe meer onder de bekoring van den man, die haar smaadt en veracht.

Zonder op de anderen te letten, zonder zich door Jokanaans afkeer te laten weerhouden, belijdt ze hem haar hartstocht.

»Jokanaan, ik ben verliefd op je lichaam, Jokanaan.

Op je mond ben ik verliefd, Jokanaan. Je mond is als een scharlaken band rond een ivoren snoer. Als een granaatappel door een ivoren mes doorsneden. Je mond is rooder dan de voeten van hen, die de wijndruiven vertreden in de kuipen, rooder dan de pooten der duiven in den tempel. Ik wil je mond kussen, Jokanaan, je mond wil ik kussen... .«

De officier doodt zich uit minnenijd, maar Salomé merkt het ter nauwernood op. Steeds predikt Jokanaan en ook Salomé wil hij den weg wijzen naar den Heiland; maar deze heeft daar slechts liefdewoorden tegenover. Dan keert Jokanaan in zijne gevangenis terug en blijft Salomé droomend alleen.

Daarop nadert Herodes met Herodias en gevolg. De door wijn verhitte viervorst maakt te vergeefs zijn hof aan zijne in droomen verloren stiefdochter. Men hoort de vervloekingen van den Dooper, waarop Herodias er op aandringt hem