is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (4e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

YILDIZ-KIOSK.

425

bijna nooit van slaapplaats, maar zijn legerstede wordt dan ook bewaakt door Albaneesche soldaten van beproefde trouw, — een trouw, die o.a. berust op het feit, dat de minste hunner een kolonelstraktement geniet en hun kapitein, geldelijk, met een maarschalk gelijk staat.

Het bij Yildiz behoorende terrein beslaat omstreeks veertig hectaren, en is rijk aan dichte bosschage en kreupelhout. Het heeft zijn stroomen, meertjes en watervallen, ja zelfs baaien, zee-engten en kapen. Het heeft zijn gewelven, zijn doolhoven, zijn tunnels, zijn kazematten. Het bezit een leger, samengesteld uit voetvolk, paardevolk, artillerie en genie, en daarenboven electrische booten, automobielen en luchtballons. Het is geproviandeerd voor minstens een halfjaar; en zijn ammunitie is volmaakt veilig geborgen. Het heeft zijn kerkers, zijn foltertuigen, zijn scherprechters, maar ook zijn tortelduiven en zijn papegaaien. Ook aan andere diersoorten is het rijk. Het kattengeslacht b.v. wordt er o.a. vertegenwoordigd door tijgers van den Indus. Nu en dan vermaakt cle Groote Heer zich met het tijdelijk bijeenbrengen van wilde dieren, die tot verschillend ras behooren, als wanneer een heisch leven gemaakt wordt, totdat een deel der vechtersbazen er zijn bekomst van heeft. Dan is een fluitje genoeg, om de overwinnaars met gebukten hoofde naar hun eigen hokken te doen terugkeeren.

Yildiz heeft ook allerlei gelegenheden tot vertooningen, b.v. van paardrijders, koorddansers, degenslikkers, evenwichtshelden en pantomimisten. 't Lijkt wel, of het menschdom hier van alle kanten zijn schuim heeft afgevaardigd, b.v. een herleving van Lodewijk den Elfde of van moordenaars als Troppmann en Brinvilliers. Had Swift hier een oogenblik kunnen toeven, zoo had hij aan zijn ;/Tale of a tub" een nieuw hoofdstuk kunnen toevoegen; en Victor Hugo had hier holen kunnen bespieden, nog huiveringwekkender dan in de achterbuurten van Parijs. Edoch, die akeligheden worden in Konstan tin opel bedekt door keur van zijden stoffen uit Lyon, van rijke omhulsels uit Kashmir, van Arabische tapijten, door een symphonie van schitterende kleuren. En dan die kwistige overvloed van edelgesteenten! Helaas! die robijnen, die smaragden, — van hoeveel tranen en