is toegevoegd aan uw favorieten.

Het R.K. bouwblad; officieel orgaan der Algem[eene] Katholieke Kunstenaarsvereeniging jrg 3, 1932, no 18, 07-04-1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matigheid, de intérieur-inrichting, de verlichting, de verwarming en de verdere technische uitrusting. Tot dit laatste behoort o.a. ook de wijze waarop de klokken zullen worden geluid, en de inrichting die daarvoor noodig is, zal ongetwijfeld ook de aandacht hebben van den architect. Over die klokkenluid-inrichtingen zal ik hieronder een en ander zeggen. Het doel van het klokkenluiden is voornamelijk: het aankondigen van den aanvang van een kerkdienst. Ook worden wel hoofdmomenten in den kerkdienst door klokkengelui begeleid.

Er wordt naar gestreefd, naast het verkrijgen van een harmonisch, indrukwekkend geluid, dit ook zoo ver mogelijk in den omtrek te doen hooren. Ongetwijfeld heeft de wijze waarop de klokken geluid worden, invloed op den afstand waarover het klokkengelui waarneembaar is. Het is gebleken, dat een klok die men vrij laat slingeren, waarvan men dus den normalen slingertij d zoo min mogelijk beïnvloedt, het mooiste en verst hoorbare geluid geeft. Het is dan ook gewenscht, bij mechanisch luiden, den normalen slingertijd van de klok, die afhankelijk is van den afstand van het zwaartepunt van de klok tot het draaipunt (en niet van het gewicht, indien men de tapwrijving en de luchtweerstand buiten beschouwing laat), zoo min mogelijk te beïnvloeden.

Er zijn twee methoden om de klok te luiden, n.1.:

I. door de klok stil te laten hangen en den klepel te bewegen;

II. door de klok, en daarmee dus ook den klepel, te laten slingeren.

Methode I kan weer op 2 manieren geschieden, n.1.:

a) door den klepel buiten de klok te slaan, hetgeen in den regel bij carillons geschiedt; en

b) door den klepel aan de binnenzijde tegen de klok te slaan. Dit laatste doet men in den regel bij kerkklokken, omdat deze meestal zulke groote afmetingen hebben, dat het mogelijk is den klepel, die bij deze methode den vorm heeft van een hamer, nog voldoende uitslag te geven. Men slaat n.1. niet met den klepel tegen de klok, doch men brengt den klepel, die om een as draaibaar is opgehangen, uit zijn evenwichtsstand en laat hem dan los, zoodat hij tegen den klokwand valt.

Hoewel deze methode zich uitstekend leent voor mechaniseering van het luiden en de mechanische inrichting dan zeer eenvoudig is, wordt ze toch heel weinig toegepast. Het is proefondervindelijk aangetoond, dat het geluid zich op deze manier veel minder ver verspreidt dan wanneer men bij het luiden de klok laat slingeren.

Methode II kan ook weer op verschillende manieren geschieden, n.1.:

a) door met de hand te luiden;

b) door electrisch te luiden; en

c) door mechanisch te luiden.

a) Bij de oude methode van met de hand te luiden, heeft men een touw dat öf om een wiel, dat aan de draaias van de klok is bevestigd, geslagen is öf aan een hefboom, verbonden aan de draaias, is bevestigd. Dit touw is in den regel zoo lang, dat men de klokken

van af den beganen grond of een van de benedenste verdiepingen van den toren kan luiden. Men brengt de klok in beweging en laat ze dan vrij slingeren. Wanneer de klok eenmaal geluid geeft, wordt er alleen nog maar kracht aangewend om de wrijvingsverliezen te overwinnen. Men geeft, telkens wanneer de klok door den evenwichtsstand heen gaat, een klein rukje aan het touw, waardoor de amplitude op voldoende grootte wordt gehouden, doch overigens laat men de klok geheel vrij slingeren. Dit is de juiste methode van klokkenluiden.

Nu is men natuurlijk in dezen tijd van moderniseering, mechaniseering of gemakzucht — hoe men het ook noemen wil — er op gaan zinnen, dat luiden door menschenhanden te vervangen door een methode waarbij de benoodigde kracht aan een machine wordt ontleend, en men is er toe overgegaan, dit electrisch te doen. Men heeft in een electromotor een krachtwerktuig dat overal gemakkelijk geplaatst kan worden en weinig ruimte inneemt, en waaraan de energie op een eenvoudige, gemakkelijke en goedkoope manier kan worden toegevoerd.

b) Men plaatst een electromotor op den klokkestoel en voorziet dezen motor van een kettingwieltje. Op de draaias van de klok wordt ook een kettingwiel aangebracht en over deze beide kettingwielen een gall'sche ketting gelegd. De electromotor moet nu dus de heen en weer gaande beweging van de klok volgen en een

MISSIEKERK OP TRINIDAD. Intérieur van Plan A.

283