is toegevoegd aan uw favorieten.

Het R.K. bouwblad; officieel orgaan der Algem[eene] Katholieke Kunstenaarsvereeniging jrg 3, 1932, no 23, 16-06-1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In andere beteekenis, dan door Berlage bedoeld, plaatsen we tot slot deze mooie uiting, waarin de adel der kunst wordt aangeduid in haar eindige realiseering en nabeelding der eeuwige Godsideeën: „De mensch werd God, niet omdat hij ophield, maar omdat hij begon

mensch te zijn, want de onontkoombare eisch van den Bijbel is, dat God in den mensch, in de wereld levend worde."

P. CONSTANTINUS, Minderbr. Kapucijn.

x) Arnhem, 1932. Van Loghum Slaterus' Uitg. Maatschappij. 5) Arnhem, 1931. Van Loghum Slaterus.

2) Augsburg, 1931. Haas und Grabherr. 6) Arnhem, 1924. Van Loghum Slaterus.

3) „L'histoire se répète ici". 7) Arnhem, 1931. Van Loghum Slaterus.

4) Bielefeld und Leipzig, 1910. Velhagen und Klasing. 8) Jaarg. 64, Deel 117. April 1932.

DE FUNDEERING VOOR EEN GROOT WINKELPAND

Voor de firma C. en A. Brenninkmeyer werd te 's-Gravenhage aan de Groote Marktstraat een nieuw winkelpand gebouwd van belangrijken omvang. Het bebouwd oppervlak bedraagt ongeveer 2000 M.2, het gebouw is 5 verdiepingen hoog, met een daktuin over en een kelder onder het geheele gebouw, deze laatste ter diepte van 3.5 Meter. De inhoud van het gebouw bedraagt ongeveer 50.000 kub. Meter. Het gebouw bestaat uit een frame-bouw van gewapend beton met muurvulling van baksteen. De vloeren zijn er op berekend, dat de binnenwanden willekeurig kunnen verplaatst worden, al naar gelang het bedrijf dit noodig maakt.

Ofschoon de ondergrond uit een behoorlijk dikke zandplaat bestaat, eischte de fundeering toch bijzondere zorg. Daar de kelder gebruikt wordt voor verwarming, opslag en expeditie, was een absolute waterdichtheid (bij een grondwaterkeering van ongeveer twee Meter) van het grootste belang.

Nu brengt een fundeering op staal, waarbij kolomvoeten en keldervloer één geheel uitmaken, vele moeilijkheden mede.

Immers de kolomvoeten moeten zware geconcentreerde belastingen overbrengen, terwijl de aansluitende keldervloeren slechts een oribeteekenenden druk op de zandplaat uitoefenen.

Door den veel grooteren fundeeringsdruk der kolomvoeten zullen deze dus meer zetten (nadrukken) dan de keldervloer. Waar beide één geheel vormen, zal de vloer bij de kolomvoeten deze grootere zetting willen meemaken en dus bol gaan staan.

In hoeverre de invloedssfeer der kolomvoeten zich over den vloer zal uitstrekken is moeilijk te schatten. Deze is n.1. afhankelijk van de mate van zakking, terwijl de

zakking voor het grootste deel weer afhangt van de belasting der kolommen. Van belang zijn ook de grootten der kolomvoeten; immers het is duidelijk dat een kleine kolomvoet met een druk van b.v. 2 KG./cM.2 meer zal indrukken dan een veel grootere voet met gelijken druk per eenheid van oppervlakte.

De belasting der kolommen is in hooge mate veranderlijk. Voor een normale binnenkolom b.v. bedraagt de belasting maximaal 285 ton. De toevallige belasting is ongeveer 1 26 ton of ruim 44%> van de totale belasting. Voor een buitenkolom, waar de constante belasting door het gewicht der gevelmuren veel grooter is, bedraagt de veranderlijke belasting slechts ongeveer 20°/o. Beziet men den hierbijgaanden plattegrond, dan blijkt deze nogal onregelmatig te zijn, terwijl ook de stand der kolommen (vastgesteld op utiliteitsoverwegingen voor het bedrijf) groote verschillen in belasting daarop geeft, varieerende van 50 tot 300 ton per kolom. De zekerste weg zou ongetwijfeld gevolgd zijn door een volkomen stijve fundeeringsplaat (tevens keldervloer) te construeeren, waarover de kolomdrukken zich zooveel mogelijk gelijkmatig zouden kunnen verdeelen. De dikte van deze plaat zou bepaald moeten zijn door den druk van de zwaarst belaste kolom en — bij deze onregelmatige indeeling — dus al zeer oneconomisch zijn geworden.

Een tweede oplossingsmogelijkheid die overwogen is, was, om onder de keldervloer de zandplaat over een bepaalde hoogte weg te graven en dan te vullen met een zachtere substantie, b.v. turfmolm, waardoor gemakkelijk medezakken van den vloer zou mogelijk zijn gemaakt. Behalve dat deze methode eveneens kostbaar is, zijn de kansen op ongelijke zetting van den vloer reeds tijdens het storten en de verharding zoo groot,

353