is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KENMERKEN DEK METALEN.

99

er in opgelost zijn. Het geleidend vermogen dezer lichamen berust dus op een geheel anderen grond als dat der metalen, waar de doorgang der electriciteit met geen scheikundige verandering gepaard gaat. Nauwkeuriger kennis van den geleidingsweerstand der metalen hebben wij echter eerst door het gebruik van galvanische elementen verkregen ; men heeft onderzocht hoe de sterkte van den galvanischen stroom afhangt van de kracht, die de electriciteit in beweging brengt en van den weerstand, dien de metalen aan die beweging bieden ; om den weerstand van verschillende metalen met elkander te vergelijken maakt men er draden van, van gelijke lengte en gelijke dikte, en voert daardoor stroomen van een zelfde electriciteitsbron; de meerdere of mindere verzwakking, die de stroom daardoor ondergaat, is dan een maat voor den weerstand. Stelt men het geleidend vermogen van kwikzilver gelijk de eenheid, dan wordt dat van zilver door het getal 60 uitgedrukt, van koper door 51, van goud door 41; de verschillen tusschen de metalen, wat den geleidingsweerstand betreft, zijn grooter dan de verschillen in hun optische eigenschappen, maar toch kan men aannemen, dat geleidbaarheid tot de kenmerkende eigenschappen der metalen behoort.

Als wij ons tot de zuiver physische kenmerken der metalen beperken, dan is hiermede de lijst der kenmerkende eigenschappen gesloten. Een andere vraag is echter of wij in staat zijn om van de gansche reeks dier kenmerken uit den aard van het metaal een voldoende verklaring te geven. Bij de beantwoording dier vraag gaan wij uit van het electrisch geleidingsvermogen der metalen ; algemeen bekend is het, dat de electrische verschijnselen tegenwoordig verklaard worden door aan te nemen, dat er twee soorten van electriciteit zijn, de positieve en de negatieve; van de positieve weten wij zeer weinig; zij schijnt onafscheidelijk van de materieele atomen en wij kunnen haar op het oogenblik geheel buiten beschouwing laten. Van de negatieve nemen wij aan, dat zij uit uiterst kleine deeltjes, electronen bestaat, waarvan het gewicht vele malen kleiner is dan dat van het lichtste stoffelijke molekule, de waterstof. De onderzoekingen der jongste twintig jaren hebben ons